ECLI:NL:RBMNE:2020:4276
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks onderhoudsgebreken
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiseres de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor het belastingjaar 2019, vastgesteld op € 190.000,-. Eiseres stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van € 170.000,-, mede vanwege achterstallig onderhoud en gebrekkige voorzieningen.
De rechtbank overweegt dat de gemeente een taxatierapport heeft overgelegd waarin de woning is vergeleken met vijf referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank acht dit rapport voldoende onderbouwd en stelt vast dat er bij de waardebepaling rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en onderhoudstoestand. Het achterstallig onderhoud is in het rapport lager gewaardeerd dan bij de referentiewoningen, wat de rechtbank voldoende acht.
Verder is vastgesteld dat het beroep tijdig is ingediend, ondanks een aanvankelijke betwisting van de ontvankelijkheid door verweerder. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 190.000,- blijft gehandhaafd.