Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 juli 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de rechter is verhinderd
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontvangt sinds november 2018 bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft het recht op bijstand herzien over de periode januari tot mei 2019 en de te veel ontvangen bijstand van €1.523,- teruggevorderd, omdat eiser bijschrijvingen op zijn bankrekening niet had gemeld.
Eiser voerde aan dat sommige bijschrijvingen leningen van familie betroffen die hij had terugbetaald, en dat andere bijschrijvingen betrekking hadden op gedeelde abonnementskosten of gokwinsten. De rechtbank oordeelde dat de bijschrijvingen een terugkerend karakter hadden en dat eiser vrijelijk over de bedragen kon beschikken, waardoor deze als inkomsten moesten worden aangemerkt. Eiser had onvoldoende bewijs geleverd voor het bestaan van terugbetalingsverplichtingen.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door de bijschrijvingen niet te melden, ook het gokken moest gemeld worden. Hierdoor was verweerder bevoegd het recht op bijstand te herzien en de te veel ontvangen bijstand terug te vorderen. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het herzieningsbesluit en de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.