ECLI:NL:RBMNE:2020:43
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J. van Binsbergen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding proceskosten na onherroepelijke proceskostenbeslissing
Eiser en gedaagde, beiden actief in de stratenmakersbranche, waren eerder betrokken in een procedure waarin gedaagde betaling van onbetaalde facturen van eiser vorderde. In die procedure werd een deel van de vordering toegewezen en proceskosten werden begroot op € 2.620,50. Eiser vorderde in een aparte procedure aanvullende schadevergoeding voor werkelijk gemaakte proceskosten bovenop de reeds toegewezen vergoeding.
De kantonrechter stelt vast dat het eerdere vonnis onherroepelijk is geworden en dat de daarin genomen proceskostenbeslissing bindende kracht heeft in deze procedure. Daarnaast oordeelt de rechter dat de hoge drempel voor volledige vergoeding van kosten wegens misbruik van procesrecht niet is gehaald, omdat geen sprake is van onrechtmatige daad of bewust onjuiste stellingen door gedaagde.
Ook wordt meegewogen dat gedaagde niet volledig ongelijk heeft gekregen en dat eiser zelf niet zonder blaam is, onder meer vanwege onvoldoende onderbouwing van bepaalde standpunten. Daarom wordt de vordering van eiser afgewezen en wordt hij veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde, begroot op € 720,00.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende proceskostenvergoeding wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde.