ECLI:NL:RBMNE:2020:4319

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
9 oktober 2020
Zaaknummer
8379896 / MC EXPL 20-1635
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 2 BWArt. 6:162 BWArt. 225 lid 1 onder a jo. lid 2 RvArt. 237 lid 4 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Burengeschil over afsluiting gemeenschappelijk erf met ketting en camera’s

In deze zaak staat een burengeschil centraal over het afsluiten van een gemeenschappelijk perceel met een ketting voorzien van een cijferslot en het plaatsen van camera’s door de ene eigenaar, waartegen de andere eigenaar bezwaar maakt. De eiser vordert onder meer verwijdering van de ketting en camera’s, stellende dat dit zijn vrije uitrit belemmert en zijn privacy schaadt.

De gedaagde voert verweer en stelt dat de afsluiting en camera’s al jarenlang aanwezig zijn en dat de eiser destijds instemde met de situatie. De kantonrechter overweegt dat uit onder meer mailwisselingen, notulen van een vergadering en een uitspraak van de Raad van State blijkt dat de eiser destijds akkoord was met het plaatsen van de ketting en het cijferslot. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de camera’s recent zijn geplaatst of dat deze een onrechtmatige inbreuk vormen.

De vorderingen van de eiser worden daarom afgewezen. De tegenvorderingen van de gedaagde wegens vermeende vernieling van het slot en het vorderen van een verbod op vernielingen worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan bewijs. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.

Uitkomst: Alle vorderingen worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Almere
Vonnis van 7 oktober 2020
in de zaak met zaaknummer / rolnummer 8379896 / MC EXPL 20-1635 van

1.1. [eiser sub 1]

wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 1]
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 2] ,
eisers in conventie,
gedaagden in reconventie
hierna tezamen te noemen: [eiser sub 1] c.s.,
gemachtigde mr. H.N. Tol (ARAG SE Rechtsbijstand),
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,2. [gedaagde sub 2] ,wonende te [woonplaats] ,gedaagden in conventie,eisers in reconventie, hierna tezamen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.,gemachtigde mr. P. Feenstra (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 5 maart 2020
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
  • de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eiser sub 1] c.s. is eigenaar van de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 1] te [woonplaats] .
2.2.
[gedaagde sub 1] c.s. is eigenaar van de woning aan de [straatnaam 1] [nummeraanduiding 2] te [woonplaats] .
2.3.
Tot de woningen aan de [straatnaam 1] behoren een aantal aparte ruimtes die als garage of als praktijkruimte kunnen worden gebruikt. Zowel [eiser sub 1] als [gedaagde sub 1] c,s. zijn eigenaar van een garagebox. Het betreffende perceel voor de boxen (hierna: het perceel), kadastraal bekend als sectie [sectie-aanduiding] nummer [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] , is gezamenlijk eigendom van de eigenaren van de boxen.
2.4.
[gedaagde sub 1] c.s. heeft de toegang tot het perceel naar de garageboxen afgesloten met een ketting met een cijferslot. [eiser sub 1] kent de code om het cijferslot te openen.
2.5.
[gedaagde sub 1] c.s. heeft op het perceel een aantal camera’s geplaatst.
2.6.
[eiser sub 1] c.s. heeft [gedaagde sub 1] c.s. herhaaldelijk verzocht en gesommeerd de ketting met cijferslot en de camera’s te verwijderen. [gedaagde sub 1] c.s. is daar niet toe overgegaan.
2.7.
In de akte van levering van de garagebox van [eiser sub 1] c.s. staat onder artikel 6 een Pro bijzondere bepaling uit de akte van transport geciteerd:
“ a. de eigenaren zullen er voor zorg dienen te dragen, dat alle eigenaren vanuit hun garage of praktijkruimte vrije uitrit hebben naar de openbare weg.”
2.8.
In de notulen van de vergadering van de eigenaren van het perceel, waarbij ook [eiser sub 1] aanwezig is geweest, staat onder meer:
“(…) Unaniem zijn de aanwezigen voor afsluiten van het terrein. De kant van de geluidswal zal definitief afgesloten moeten worden door de gemeente. Hiervoor zal een brief geschreven worden aan de gemeente (Actie [gedaagde sub 1] ). Tot de gemeente een definitieve afsluiting aanbrengt zal de doorgang door de eigenaren voorlopig afgesloten worden door een hek. Aan de inrit kant wordt het plaatsen van een ketting unaniem als beste oplossing gezien.(…)”
2.9.
Tussen de eigenaren van het perceel, waaronder [gedaagde sub 1] en [eiser sub 1] , heeft een mailwisseling plaatsgevonden.
[gedaagde sub 1] schrijft in zijn mail van 20 oktober 2007 die gericht is aan alle eigenaren onder meer:
“ (…) Mijn rechtsbijstand zegt dat de doorgang door de geluidswal illegaal is en dat wij volledig in ons recht staan om ons terrein af te sluiten. En aan de kant van het parkeerterrein zouden wij een ketting mogen aanbrengen. (…)
Volgens mij hebben we in ieder geval 2 palen en een of twee planken van ruim 2 meter nodig en twee palen voor een ketting en een ketting en discusslot met denk ik voor iedereen 2 sleutels. Ik hoor graag of iemand andere suggesties heeft of nog iets heeft liggen dat we kunnen gebruiken of dat alles gekocht moet worden. (…)”
[eiser sub 1] reageert op deze mail op 21 oktober 2007:
“ (…) Misschien eerst proberen om de ingang bij de [straatnaam 2] af te sluiten om eventuele problemen met hang jongeren/ouderen te voorkomen. Aan de lantaarnpaal een bord hangen met verboden te parkeren eigen weg. (…)”
[gedaagde sub 1] reageert op 22 oktober 2007 als volgt:
“(…) Afsluiten aan één kant zal denk ik meer irritatie opwekken omdat men dan in iets doodlopends terecht komt en er dan alsnog niet door kan.
De politie adviseerde om vooral de voorkant af te sluiten (middels een ketting) en de achterkant om te voorkomen dat er een doodlopende fuik ontstaat. (…)”
[eiser sub 1] reageert vervolgens diezelfde dag:
“ik kan vrijdag helpen voorbereiden en zaterdag wat later komen helpen met de afsluiting.
Het moet zo snel mogelijk dicht met een ketting.
Jammer dat een schuifhek zo duur is maar ketting met slot werkt ook. Burg wachter is goed merk en [naam onderneming] maakt goede sleutels.
Hou de kosten bij voor een verrekening.
Met vriendelijke groet
[eiser sub 1] ”

3.Het geschil

in conventie

3.1.
[eiser sub 1] c.s. vordert – na vermeerdering van eis- bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. om de ketting met slot die zijn aangebracht om het perceel [sectie-aanduiding] [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] af te sluiten binnen een week na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden, zulks onder verbeurte van een door [gedaagde sub 1] hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 250,00 voor iedere overtreding van het vorenstaande, althans een in goede justitie te bepalen beslissing;
veroordeling van [gedaagde sub 1] c.s. om de geplaatste camera’s die (geluids)opnamen maken van – dan wel gericht staan op perceel [sectie-aanduiding] [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] binnen een week na betekening van dit vonnis te verwijderen en verwijderd te houden dan wel subsidiair de voornoemde camera’s zodanig te verwijderen dat daarmee geen beelden en/of geluidsopnames van het mandelige perceel voor de garages/praktijkruimte(s) (perceel [sectie-aanduiding] [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] ) kunnen worden gemaakt, zulks onder verbeurte van een door [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 250,00 voor iedere overtreding van het vorenstaande (primair of subsidiair), althans een in goede justitie te bepalen beslissing;
om in het geval [gedaagde sub 1] c.s. tot de onder sub a en /of sub b bevolen verwijdering van hetzij de ketting met slot hetzij de camera’s in gebreke zal/zullen blijven, [eiser sub 1] een vervangende machtiging te verlenen om hetzij de ketting hetzij de camera’s zelf te (laten) verwijderen, desnoods met behulp van de sterke arm, waarbij gedaagden hoofdelijk in de kosten hiertoe worden veroordeeld;
[gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk ex artikel 6:96 lid 2 BW Pro te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 1.000,00;
[gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure in conventie, waaronder begrepen een salaris voor de gemachtigde;
[gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de nakosten (krachtens art. 237 lid 4 Rv Pro), te begroten op een half salarispunt van het toegewezen salaris voor de gemachtigde met een maximum van € 100,00 met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, [gedaagde sub 1] c.s. daarover de wettelijke rente hoofdelijk zijn verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
Aan zijn vorderingen legt [eiser sub 1] c.s. ten grondslag dat [gedaagde sub 1] c.s. in strijd handelt met de bijzondere bepaling die onder artikel 6 van Pro de leveringsakte staat vermeld door het plaatsen van een ketting met een cijferslot voor het perceel. Hierdoor belemmert [gedaagde sub 1] een vrije uitrit van het perceel naar de openbare weg, zodat dit handelen als onrechtmatig dient te worden aangemerkt.
3.3.
Ten aanzien van de camera’s stelt [eiser sub 1] c.s. dat deze na april 2018 door [gedaagde sub 1] zijn opgehangen en hij daarover direct heeft geklaagd bij [gedaagde sub 1] . [eiser sub 1] c.s. stelt dat [gedaagde sub 1] c.s. onrechtmatig handelt door het plaatsen van de camera’s, omdat deze gericht zijn op de gemeenschappelijke oprit naar de garages. Nu [gedaagde sub 1] geen toestemming heeft gevraagd is sprake van een onrechtmatige inbreuk op de privacy van [eiser sub 1] c.s..
3.4.
[gedaagde sub 1] c.s. voert verweer.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
3.6.
[gedaagde sub 1] c.s. vordert, in reconventie, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
[eiser sub 1] c.s. op vorenstaande gronden te veroordelen, hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [gedaagde sub 1] c.s. van een bedrag van € 189,00 wegens de door [gedaagde sub 1] c.s. als gevolg van het onrechtmatige handelen van [eiser sub 1] geleden schade, althans een in goede justitie te nemen beslissing;
[eiser sub 1] te verbieden, voor nu en de toekomst, om wijzigingen aan te brengen en/of vernielingen te plegen aan en/of het ontvreemden van (onder)delen van onderhavige afsluiting (houten palen met ketting en slot) van het onderhavige perceel [sectie-aanduiding] [nummeraanduiding 3] te [woonplaats] , alsmede om [eiser sub 1] te gelasten het perceel met ketting en slot ordelijk en deugdelijk af sluit na ieder gebruik, zulks onder verbeurte van een door [gedaagde sub 1] c.s. hoofdelijk te verbeuren dwangsom van € 500,00 voor iedere overtreding van het vorenstaande, althans een in goede justitie te nemen beslissing;
[eiser sub 1] c.s. te veroordelen, hoofdelijk, in de kosten van de reconventie.
3.7.
Aan zijn vordering legt [gedaagde sub 1] ten grondslag dat [eiser sub 1] c.s. onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door zonder toestemming het betreffende kettingslot te verwijderen. [gedaagde sub 1] heeft hierdoor steeds nieuwe sloten moeten kopen, zodat hij betaling van die kosten vordert van [eiser sub 1] c.s..
Ten aanzien van het gevorderde verbod tot het aanbrengen van vernielingen en het verwijderen van het slot en de camera’s onder verbeurte van een dwangsom voert [gedaagde sub 1] c.s. aan dat hij zich geïntimideerd voelt door het gedrag van [eiser sub 1] c.s.. Zo zou [eiser sub 1] c.s. onder meer gedreigd hebben de camera’s eigenhandig te komen verwijderen.
3.8.
[eiser sub 1] c.s. voert verweer.
3.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.
Hangende de procedure is [eiser sub 1] overleden. Krachtens artikel 225 lid 1 onder Pro a jo. lid 2 Rv kan een geding na de dood van een partij worden geschorst. Bij gebreke van een akte tot schorsing wordt het geding op naam van de oorspronkelijke eiser(s) voortgezet. [eiseres sub 2] tevens eiser in dit geding en echtgenote van [eiser sub 1] heeft per brief aangegeven het geding te willen voortzetten.
4.2.
Gelet op de samenhang van de vorderingen in conventie en reconventie worden deze gezamenlijk behandeld.
Belang bij voortzetten procedure
4.3.
[gedaagde sub 1] c.s. voert aan dat door [eiser sub 1] c.s. geen deugdelijk bewijs van eigendom is overgelegd, zodat niet vaststaat dat [eiser sub 1] c.s. eigenaar is van de garagebox op het perceel. Bij dupliek neemt [gedaagde sub 1] c.s. het standpunt in dat het belang bij de ingestelde vorderingen voor de erfgenamen van [eiser sub 1] in het geheel niet meer vaststaat.
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser sub 1] c.s. voldoende heeft onderbouwd dat hij eigenaar is van de garagebox op het perceel. Daarnaast blijkt uit het testament van [eiser sub 1] dat al zijn activa naar mevrouw [eiseres sub 2] zijn overgegaan. Dat [eiser sub 1] de auto voor zijn overlijden zou hebben verkocht en dat [eiseres sub 2] geen auto zou rijden, maakt niet dat zij daarmee geen belang heeft bij de ingestelde vorderingen. [eiseres sub 2] is immers eigenaar van de garagebox op het perceel, waarmee haar belang bij de vorderingen vaststaat. Het is in beginsel aan [eiseres sub 2] waar zij de garagebox al dan niet voor gebruikt.
Alleen [gedaagde sub 1] gedagvaard
4.4.
[gedaagde sub 1] c.s. stelt dat [eiser sub 1] c.s. alle eigenaren had moeten dagvaarden, omdat [gedaagde sub 1] c.s. niet exclusief gerechtigd is tot het perceel en de bijbehorende opstallen en aldaar geplaatste zaken.
Naar het oordeel van de kantonrechter is het in deze kwestie niet noodzakelijk om alle eigenaren te dagvaarden, omdat vaststaat dat zowel de camera’s als het slot eigendom zijn van [gedaagde sub 1] c.s. en hij dan ook de eerst aangewezen persoon is om in rechte aan te spreken.
Ketting met cijferslot
4.5.
De eerste vraag die voorligt is of [gedaagde sub 1] c.s. onrechtmatig handelt jegens [eiser sub 1] c.s. door aan de opgang van het perceel houten palen met daaraan een ketting met cijferslot te hebben bevestigd. [eiser sub 1] c.s. stelt dat hij door deze constructie gehinderd wordt om een vrije uitrit te hebben vanuit zijn garagebox en dat dit in strijd is met de bijzondere bepaling die in de akte van levering is opgenomen, zoals geciteerd onder rechtsoverweging 2.7..
4.6.
Door [gedaagde sub 1] c.s. is aangevoerd dat deze situatie al decennia bestaat en dat
[eiser sub 1] zelf betrokken is geweest bij het realiseren van deze constructie en daarmee altijd akkoord is geweest. Ter onderbouwing van die stelling heeft [gedaagde sub 1] c.s. meerdere stukken overgelegd, waaronder een mailwisseling tussen hem en [eiser sub 1] , notulen van een vergadering en een uitspraak van de Raad van State.
4.7.
In de mail van [eiser sub 1] van 22 oktober 2007 aan [gedaagde sub 1] meldt [eiser sub 1] dat hij kan komen helpen met de afsluiting en dat het zo snel mogelijk dicht moet met een ketting. [eiser sub 1] heeft gesteld dat hij in die mail doelt op het afsluiten van de achterkant van het terrein. Dat dit zo is, is mede gelet op de uitgebreide gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagde sub 1] cs. niet aannemelijk geworden en wel om de navolgende redenen.
Uit de mail van [gedaagde sub 1] van 20 oktober 2007, aan onder meer [eiser sub 1] , volgt dat de discussie in die mailwisseling betrekking heeft op het afsluiten van de voorkant van het terrein met een constructie van palen met een cijferslot. [eiser sub 1] heeft in reactie op die mail van [gedaagde sub 1] op 21 en 22 oktober gereageerd op de hierboven genoemde wijze. Daarbij komt dat de beschrijving van de constructie met palen met een ketting en een slot zoals [gedaagde sub 1] in zijn mail van 20 oktober 2007 schetst overeenkomt met de huidige situatie aan de voorkant van het perceel.
4.8.
Ook uit de notulen van de vergadering van 24 augustus 2007 blijkt dat de eigenaren van het perceel met elkaar hebben gesproken over het afsluiten van de inrit van het perceel voor de garageboxen en dat [eiser sub 1] bij die vergadering aanwezig is geweest. Tot slot komt uit de uitspraak van de Raad van State van 1 juli 2009 die door [gedaagde sub 1] is overgelegd naar voren dat door [eiser sub 1] bezwaar en beroep is gevoerd tegen het besluit van de gemeente om onder meer de houten palen met ketting te verwijderen van het perceel. [eiser sub 1] stelt dat hij enkel bezwaar en beroep heeft ingesteld tegen het verwijderen van de verkeersborden aan de voorkant van het perceel, maar hij heeft die stelling niet onderbouwd. Het had op de weg van [eiser sub 1] gelegen om stukken in de procedure te brengen waaruit blijkt dat zijn bezwaar en/of beroep niet gericht was tegen het verwijderen van de ketting en het slot.
4.9.
Dat [eiser sub 1] c.s. in elk geval destijds en aldus al vele jaren akkoord was met de constructie, waaronder de ketting met daaraan het cijferslot, staat dan ook vast. [eiser sub 1] c.s. heeft niet toegelicht danwel onderbouwd wat maakt dat hij daar nu niet meer achter staat en dit nu als onrechtmatig handelen van [gedaagde sub 1] zou moeten worden aangemerkt. Dat [gedaagde sub 1] c.s. onrechtmatig handelt jegens [eiser sub 1] c.s door de ketting met cijferslot aan de voorkant van het parkeerterrein te laten bestaan blijkt dan ook nergens uit. De vorderingen ten aanzien van het verwijderen van de ketting met cijferslot worden dan ook afgewezen.
4.10.
In reconventie vordert [gedaagde sub 1] c.s. de kosten van het zes maal vervangen van het kettingslot, omdat [eiser sub 1] dit slot steeds zou hebben vernield danwel verduisterd.
[eiser sub 1] heeft betwist dat hij het slot heeft vernield of verduisterd. Nu door [gedaagde sub 1] c.s. enkel wordt gesuggereerd en niet nader wordt onderbouwd waaruit blijkt dat [eiser sub 1] dit heeft gedaan, wordt deze vordering van [gedaagde sub 1] c.s. afgewezen.
Camera’s
4.11.
Vervolgens ligt de vraag voor of [gedaagde sub 1] door het ophangen van camera’s bij het perceel onrechtmatig handelt jegens [eiser sub 1] c.s. en inbreuk maakt op zijn privacy. [gedaagde sub 1] betwist dat deze camera’s pas in 2018 zijn opgehangen, maar hij stelt dat de camera’s al sinds 2008 bij het perceel hangen en die situatie tot op heden ongewijzigd is.
Dit heeft [gedaagde sub 1] c.s. ook onderbouwd door het overleggen van diverse foto’s van de situatie ter plekke. Daarnaast blijkt uit de brief van de advocaat van 8 oktober 2009 die destijds de belangen van de eigenaren van het perceel behartigde ook dat de eigenaren achter het plaatsen van de camera’s stonden. Nergens blijkt ook uit dat [eiser sub 1] c.s. zich eerder heeft beklaagd over de camera’s en evenmin is gebleken dat er andere of meerdere camera’s zijn bijgekomen vanaf 2018.
[eiser sub 1] c.s. heeft het verweer van [gedaagde sub 1] c.s. dat de camera’s er al hangen vanaf 2008 dan ook niet danwel onvoldoende weersproken. Het had op de weg van [eiser sub 1] c.s. gelegen om toe te lichten en te onderbouwen wat maakt dat hij de aanwezigheid van de camera’s, na het verstrijken van ruim 10 jaar, inmiddels aanmerkt als onrechtmatig en dat die een persoonlijke inbreuk vormen op zijn levenssfeer. Dat heeft [eiser sub 1] c.s. niet gedaan, zodat ook deze vordering, als onvoldoende onderbouwd, wordt afgewezen.
Nu de vorderingen van [eiser sub 1] c.s. worden afgewezen, geldt dat als vanzelfsprekend eveneens voor de nevenvorderingen.
Verbod onder verbeurte van een dwangsom
4.12.
In reconventie vordert [gedaagde sub 1] c.s. een verbod voor [eiser sub 1] c.s. om wijzigingen aan te brengen en/of vernielingen te plegen aan en/of het vervreemden van (onder)delen van onderhavige afsluiting en om het perceel met ketting en slot ordelijk en deugdelijk af te sluiten, onder verbeurte van een dwangsom.
De kantonrechter is niet gebleken dat [eiser sub 1] c.s. wijzigingen danwel vernielingen heeft aangebracht of onderdelen zou hebben vervreemd, zodat de noodzaak van een verbod daartoe onder verbeurte van een dwangsom niet is gebleken. Dat [eiser sub 1] c.s zich bedreigend en intimiderend heeft gedragen jegens [gedaagde sub 1] c.s. is evenmin komen vast te staan.
Deze vordering van [gedaagde sub 1] wordt dan ook afgewezen.
Proceskosten
4.13.
Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, tussen partijen te compenseren, op de hierna te melden wijze.

5.De beslissing

De kantonrechter:
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen af;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2020.