ECLI:NL:RBMNE:2020:4331
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening bij afwijzing VOG-aanvraag wegens onduidelijke motivering en gewijzigde omstandigheden
Verzoeker, werkzaam als leerkracht, had een nieuwe verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd voor een andere school, maar deze werd afgewezen door verweerder op basis van justitiële gegevens en politie-registraties.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het primaire besluit een motiveringsgebrek bevat, omdat de relatie tussen het strafbare feit (gevaarlijk rijgedrag) en de functie als leerkracht onvoldoende is onderbouwd. Tevens is verzoeker inmiddels vrijgesproken van dit strafbare feit, waardoor hij niet langer in het Justitieel Documentatie Systeem voorkomt.
Gezien deze gewijzigde omstandigheden en het ontbreken van een feit-functie relatie moet verweerder de aanvraag opnieuw beoordelen. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, het primaire besluit geschorst en verweerder opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het primaire besluit geschorst en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een nieuw besluit te nemen.