ECLI:NL:RBMNE:2020:4398
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning Wajong-uitkering wegens blijvend gebrek aan arbeidsvermogen
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 5 oktober 2020 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende de toekenning van een Wajong-uitkering. Eiseres had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin haar arbeidsvermogen werd beoordeeld. In een eerdere tussenuitspraak had de rechtbank vastgesteld dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat eiseres in de toekomst arbeidsvermogen kan ontwikkelen.
Verweerder kreeg de gelegenheid om de gebreken in het besluit te herstellen, maar heeft dit niet gedaan. De rechtbank concludeert dat verweerder kennelijk niet in staat is om aan te tonen dat eiseres ten minste een uur aaneengesloten kan werken en dat zij basale werknemersvaardigheden kan ontwikkelen. Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en herroept het primaire besluit.
De rechtbank bepaalt dat eiseres met ingang van 20 juni 2019 recht heeft op een Wajong-uitkering. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De rechtbank kent eiseres met ingang van 20 juni 2019 een Wajong-uitkering toe en vernietigt het bestreden besluit.