ECLI:NL:RBMNE:2020:4436
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande villa in Utrecht met taxatiematrix
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van de WOZ-waarde van een vrijstaande villa in Utrecht centraal. De gemeente had de waarde voor het belastingjaar 2019 vastgesteld op €2.392.000, welke na bezwaar werd verlaagd naar €2.132.000. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €1.800.000 voor, gebaseerd op een taxatierapport van het Nederlands Woning Waarde Instituut (NWWI).
De rechtbank oordeelt dat de gemeente met een taxatiematrix, waarin drie vergelijkbare vrijstaande woningen zijn opgenomen, aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. De rechtbank wijst erop dat de waardebepaling is gebaseerd op de bruto inhoud van de woning, wat volgens de huidige regelgeving en overgangsperiode toegestaan is. De door eiser aangevoerde verschillen in woonoppervlakte en ligging leiden niet tot een andere waardering.
Verder wordt benadrukt dat de WOZ-waarde de marktwaarde op de waardepeildatum 1 januari 2018 weerspiegelt, en dat het taxatierapport van eiser is gebaseerd op een latere datum en een ander doel, waardoor het minder geschikt is als bewijs. Ook de forse stijging van de WOZ-waarde in voorgaande jaren wordt door de rechtbank niet als onredelijk beoordeeld, omdat de waardebepaling jaarlijks opnieuw plaatsvindt op basis van actuele verkoopcijfers.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de vastgestelde WOZ-waarde van €2.132.000. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €2.132.000 wordt bevestigd.