Eiseres ontving sinds oktober 2017 een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder op grond van de Participatiewet. In augustus 2019 startte verweerder een onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering naar aanleiding van een anonieme tip. Eiseres werd uitgenodigd voor gesprekken en gevraagd bankafschriften en bewijs van verblijf buiten Nederland te overleggen, maar verscheen niet en leverde niet de gevraagde gegevens aan.
Verweerder schortte de uitkering op en trok deze met ingang van 15 augustus 2019 in. Eiseres diende daarop nieuwe aanvragen in, die verweerder buiten behandeling stelde vanwege het niet volledig en tijdig aanleveren van bankafschriften. Eiseres voerde aan dat zij de brief niet had ontvangen, de termijn te kort was en dat zij vanwege persoonlijke omstandigheden tijdelijk elders verbleef.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende duidelijk had gemaakt welke bewijsstukken nodig waren en dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat was deze te overleggen. Het niet verschijnen op afspraken en het niet tijdig aanleveren van volledige bankafschriften rechtvaardigde de intrekking en het buiten behandeling stellen van de aanvragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.