Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser sub 2],
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van [eiser sub 1] en [eiser sub 2]
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
980,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over de executoriale verkoop van een bedrijfspand dat eigendom is van eiser sub 1 en waarop gedaagde een recht van eerste hypotheek heeft. Na betalingsachterstanden en het faillissement van de huurder ontstond een situatie waarin gedaagde de lening opeiste en het pand wilde verkopen.
Eisers vorderden in kort geding dat gedaagde de executoriale verkoop zou staken en de financieringsovereenkomst voortzetten. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een geldige grond voor opzegging van de lening vanwege betalingsachterstanden en dat gedaagde gerechtigd was tot executie.
Hoewel eisers stelden dat gedaagde misbruik van recht maakte door het pand voor een lage prijs aan zichzelf te verkopen en een restschuld te laten ontstaan, oordeelde de rechtbank dat dit geen misbruik opleverde. Cruciaal was dat gedaagde afstand deed van het recht om de restschuld te innen, waardoor het belang van eisers aanzienlijk werd gereduceerd.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde eisers in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat het voortzetten van executoriale verkoop niet per definitie misbruik van recht is, zeker niet als de hypotheekhouder afstand doet van de restschuldvordering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt dat de executoriale verkoop geen misbruik van recht oplevert.