Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [B] , wzd-functionaris.
2.De standpunten en de beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1935 te [geboorteplaats] ;
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1935, te verlenen op grond van artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd). Betrokkene lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis, een mengbeeld van Alzheimer en vasculaire ziekte, wat leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege de coronamaatregelen telefonisch en via Skype plaatsvond, verklaarde betrokkene dat zij naar huis wil en geen machtiging wenst. De advocaat bevestigde dit, maar erkende dat aan de wettelijke vereisten voor verlening van de machtiging wordt voldaan. De wzd-functionaris stelde dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft, zorg afhoudt en vanwege fysieke achteruitgang niet thuis kan wonen.
De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen, dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat betrokkene zich verzet tegen opname. Op grond hiervan werd de machtiging verleend voor de duur van vijf jaar, geldig tot en met 7 april 2021.
Uitkomst: De rechtbank verleent de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor vijf jaar om ernstig nadeel te voorkomen.