Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
600,00(2 punten x tarief € 300,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, een zorginstelling, en gedaagde sloten op 1 januari 2016 een overeenkomst waarbij gedaagde zorgwerkzaamheden zou uitvoeren voor cliënten van eiseres. In de nacht van 5 op 6 december 2016 liet gedaagde zonder toestemming een derde, [C], de zorg aan een terminale patiënt verlenen. Deze derde pleegde diefstal van €5.000 van de rekening van de patiënt en €250 contant geld. De patiënt overleed later in 2016.
Eiseres vergoedde de schade aan de nabestaanden en vorderde dit bedrag van gedaagde wegens schending van de overeenkomst. De kantonrechter oordeelde dat hoewel het causaal verband tussen het inschakelen van de derde en de diefstal te ver verwijderd was om aan gedaagde toe te rekenen, op grond van artikel 6:76 BW Pro gedaagde aansprakelijk is voor de gedragingen van de derde als hulpverlener.
Gedaagde erkende geen schuld aan de diefstal, maar kon niet ontkomen aan aansprakelijkheid op grond van de wet. De vordering van eiseres tot vergoeding van €4.842,77 plus rente en incassokosten werd toegewezen, terwijl de tegenvordering van gedaagde werd afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde is aansprakelijk voor de schade door de derde en moet €4.842,77 plus rente en kosten aan eiseres betalen.