Uitspraak
[verzoeker 1] ,
Inleiding
[kavel 2] heeft (de kavel).
Overwegingen
[kavel 3] [6] in de berekening van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken betrokken. Het college overweegt dat de bijbehorende bouwwerken die op de grond worden gebouwd van invloed zijn op de ruimtelijke uitstraling van het gehele bouwwerk, omdat deze waarneembaar zijn vanaf de openbare weg. Dat is volgens het college anders bij het toestaan van de tweede bouwlaag in het hoofdgebouw. Het bestemmingsplan staat (bij recht) een maximale bouwhoogte van 10m toe. Het realiseren van de tweede bouwlaag en het daarmee vergroten van de oppervlakte van bijbehorende bouwwerken leidt niet tot een toename van de omvang, inhoud en bebouwde oppervlakte van de woning c.q. het hoofdgebouw. Deze zijn het directe gevolg van het gebruikmaken van de bij recht toegestane bouwmogelijkheid van een woning van één laag met een kap tot 10m en een oppervlakte van 100 m2. Het uiterlijk van het hoofdgebouw ondergaat geen wijziging; van buiten is niet zichtbaar of er wel of geen verdieping in de kap is aangebracht. De aanwezigheid van dakramen brengt niet met zich dat van buiten zichtbaar is dat er inpandig al dan niet een bouwlaag aanwezig is. Voor zover de (oppervlakte van de) tweede bouwlaag als bijbehorend bouwwerk moet worden aangemerkt, geldt dat dit in zijn geheel opgaat in het hoofdgebouw en er als het ware in oplost. Om die reden acht het college de overschrijding niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
[perceel] .
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2020.
De griffier is verhinderd de