Op 1 oktober 2019 hebben vijftien verdachten gezamenlijk panden aan de Burgemeester Reigerstraat in Utrecht gekraakt. De rechtbank stelt vast dat het gebruik van deze panden door de eigenaar feitelijk was beëindigd, gezien de staat van de panden en het ontbreken van gas, water en licht. Hoewel enkele panden sporadisch werden gebruikt door derden, was er geen sprake van feitelijk gebruik in de zin van bestemming.
De rechtbank oordeelt dat het kraken wettig en overtuigend bewezen kan worden en dat de verdachten zonder toestemming van de rechthebbende het pand wederrechtelijk zijn binnengedrongen en daar verbleven. Het verweer dat het kraken onderdeel was van een demonstratie wordt verworpen. Zes verdachten worden vrijgesproken omdat er onvoldoende concrete aanwijzingen zijn dat zij het pand daadwerkelijk zijn binnengegaan.
De veroordeelde krakers die eerder waren veroordeeld krijgen een gevangenisstraf van drie dagen met aftrek van voorarrest en een geldboete van 500 euro opgelegd. De overige veroordeelden krijgen een geldboete van 300 euro. De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte geen eerdere veroordelingen heeft en dat het kraken een inbreuk maakt op het eigendomsrecht en overlast veroorzaakt.
De strafrechtelijke kwalificatie betreft medeplegen van kraken, en de opgelegde straffen zijn geldboetes met vervangende hechtenis bij niet-betaling. De rechtbank benadrukt dat deelname aan demonstraties geen vrijbrief is voor het plegen van strafbare feiten zoals kraken.