ECLI:NL:RBMNE:2020:4597
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling, bedreiging en belaging wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 27 oktober 2020 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van mishandeling, bedreiging en belaging van zijn echtgenote, hun dochters en een derde persoon, aangeefster.
De tenlastelegging omvatte mishandeling en bedreiging over een periode van januari 2017 tot april 2019 en belaging van april 2019 tot januari 2020. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding niet concreet was en dat er onvoldoende bewijs was, terwijl de officier van justitie het bewijs als overtuigend beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat de dagvaarding nietig was voor de bedreiging in de periode januari 2017 tot april 2019 wegens onvoldoende concreetheid. Voor de overige feiten was onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, mede vanwege onduidelijkheid over waar en wanneer mishandelingen plaatsvonden, onvoldoende ondersteunend bewijs van verklaringen van kinderen en het ontbreken van objectief bewijs.
Ook de belaging kon juridisch niet worden bewezen ondanks bedreigende statusberichten en lasterlijke uitlatingen, omdat het strafbare feit niet was bewezen en de gedragingen niet stelselmatig waren. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun schadevorderingen, die zij bij de burgerlijke rechter kunnen indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling, bedreiging en belaging wegens onvoldoende wettig bewijs en de dagvaarding wordt deels nietig verklaard.