Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2020 in de zaak tussen
[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) voor een vergoeding voor woningaanpassing. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen, waarna verzoeker bezwaar maakte en tevens een voorlopige voorziening verzocht, welke eerder werd afgewezen.
Vervolgens werd de beslistermijn voor het bezwaar met zes weken verdagen. Verzoeker maakte hiertegen bezwaar en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter vroeg om nadere uitleg en ontving een reactie waarin verzoeker stelde dat hij zijn nieuwe woning nog niet kon betrekken vanwege de weigering van verweerder om mee te werken aan de woningaanpassing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat tegen het verdagingsbesluit geen rechtsmiddel openstaat, tenzij sprake is van een uitzonderingssituatie die verzoeker rechtstreeks in zijn belang treft. Een dergelijke uitzonderingssituatie werd niet vastgesteld. Er was geen acute voorziening vereist en geen onomkeerbare situatie. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het verdagingsbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard.