ECLI:NL:RBMNE:2020:4750

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 november 2020
Publicatiedatum
4 november 2020
Zaaknummer
20_3122
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking bestuursbesluit door Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van 21 augustus 2020 van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen en een voorlopige voorziening gevraagd. Verweerder heeft op 18 september 2020 het besluit ingetrokken, waarna verzoeker zijn verzoek om voorlopige voorziening introk en een vergoeding van proceskosten vorderde.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:75 en Pro 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht proceskosten kunnen worden toegewezen. Verweerder stemt in met betaling van de proceskosten conform het Besluit.

De proceskosten worden vastgesteld op €525,- en het griffierecht op €178,-. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van deze bedragen aan verzoeker. De uitspraak is gedaan op 4 november 2020 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €525,- proceskosten en €178,- griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/3122

uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 november 2020 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. L.P. Kabel),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen,verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 25 september 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 21 augustus 2020 een besluit genomen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en om een voorlopige voorziening gevraagd. Op 18 september 2020 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op het besluit van 21 augustus 2020 en dat hij dit besluit intrekt. Verweerder heeft dus gedaan wat verzoeker wilde. Verzoeker heeft daarna het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
2. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker conform het Besluit proceskosten bestuursrecht te betalen.
4. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht van € 178,- aan verzoeker betalen (artikel 8:82 van Pro de Awb).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
- bepaalt dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht van € 178,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.L. Meijer, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 4 november 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
De voorzieningenrechter is
verhinderd de uitspraakte ondertekenen.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep of in verzet