Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 oktober 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 12 november 2018, genummerd PL0900-2018326039-1, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 193 e.v.;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 oktober 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2019, genummerd PL0900-2019021409-9, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 223 e.v.;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 oktober 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 8 februari 2019, genummerd PL0900-2019021409-9, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 223 e.v.;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 oktober 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0900-2019021409-2, opgemaakt door de politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerde pagina 213 e.v..
Het proces-verbaal van aangifte van[aangever 3] waarin hij zakelijk weergegeven het volgende heeft verklaard:
U toont mij nu een aantal gereedschappen. Ik herken uit deze gereedschappen de volgende goederen die mijn eigendom zijn.
daar zijn mijn twee hengelsen hij pakte deze ook vast. Hij herkent de twee hengels vol overtuiging. Dit waren gebruikte hengels. De rode hengel was van het merk Silstar. Hij verklaarde hierbij dat deze hengel ongeveer 20 jaar oud is, dat er drie haakjes aan zaten om meerval mee te vissen. Hij verklaarde:
de lichte beschadigingen herken ik voor 100 % aan deze hengel, ook herken ik deze aan de grijze molen.
ik herken deze aan de twee gele klitten bandjes, ook de lichte beschadigingen herken ik, deze hengel is ongeveer 15 jaar.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- nabootsing vuurwapen, merk AG, type CZ 75 D COMPACT ( PL0900-2019021409-G2344405)
- valmes, merk MICOTECH (PL0900-2019021409-G2344407)
- munitie Patronen, merk AI, type .30-06 Springfield (PL0900-2019021409-G2344408)
10.BENADEELDE PARTIJEN
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13, 26, 55 van de Wet wapens en munitie;
12.BESLISSING
Bewezenverklaring
Strafbaarheid
Oplegging straf
Beslag
- nabootsing vuurwapen, merk AG, type CZ 75 D COMPACT ( PL0900-2019021409-G2344405);
- valmes, merk MICOTECH (PL0900-2019021409-G2344407);
- munitie Patronen, merk AI, type .30-06 Springfield (PL0900-2019021409-G2344408);
- wijst de vordering van [aangever 1] toe tot een bedrag van € 150,00;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 1] aan de Staat € 150,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met drie dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- verklaart [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt [benadeelde 2] in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [aangever 4] toe tot een bedrag van € 330,09;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [aangever 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2018 tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangever 4] aan de Staat € 330,09 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2018 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met zes dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;