ECLI:NL:RBMNE:2020:4821
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijderen illegale kelder
Eind 2019 werd in een verborgen kelder onder de achtertuin van een woning een hennepplantage aangetroffen. De eigenaar van de woning, verzoekster, werd gelast om de kelder te verwijderen en verwijderd te houden, met een dwangsom van €10.600 per week bij niet-naleving. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de zaak spoedeisend was en dat de kans van slagen van het bezwaar gering was. De kelder was illegaal gebouwd zonder omgevingsvergunning en het bestemmingsplan stond deze niet toe. Verzoekster had een ruime begunstigingstermijn van ruim 13 weken gekregen om de kelder te verwijderen, wat in redelijkheid voldoende moest zijn.
Hoewel het verwijderen van de kelder een flinke klus is, had verzoekster onvoldoende aangetoond dat zij niet binnen de termijn een aannemer kon vinden. De dwangsom en het maximale bedrag werden als redelijk beoordeeld, mede vanwege het potentiële financiële voordeel van de overtreding. Het belang van handhaving woog zwaarder dan het belang van verzoekster, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom tot verwijderen van de illegale kelder is afgewezen.