ECLI:NL:RBMNE:2020:4871
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek terugwerkende registratie als aanvrager kinderbijslag vóór 2016
Eiseres verzocht de rechtbank om haar met terugwerkende kracht vanaf 2006 als aanvrager van kinderbijslag te registreren, zodat zij kindgebonden budget over de periode 2014-2016 kan aanvragen. Verweerder, de Sociale Verzekeringsbank, had dit verzoek afgewezen omdat terugwerkende kracht volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag kan worden toegekend.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en de derde-partij sinds 2006 co-ouderschap hadden gemeld, hoewel eiseres dit later betwistte en stelde dat verweerder een fout had gemaakt door onvolledige informatie te verstrekken. Ondanks deze stellingen kon eiseres niet worden geregistreerd als aanvrager vóór het derde kwartaal van 2016, omdat zij toen nog niet als aanvrager stond geregistreerd en de wettelijke termijn voor terugwerkende kracht was verstreken.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van eiseres terecht was afgewezen, zowel als aanvraag om kinderbijslag met terugwerkende kracht als een verzoek tot herziening van het besluit uit 2006. De wettelijke beperking van één jaar terugwerkende kracht en het beleid van verweerder maakten een aanpassing over de periode vóór het derde kwartaal van 2016 onmogelijk.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson op 10 november 2020 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terugwerkende registratie als aanvrager kinderbijslag vóór 2016 wordt afgewezen.