ECLI:NL:RBMNE:2020:4893
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor taxichauffeur wegens niet aanzetten boordcomputer tijdens rit
De zaak betreft een bestuurlijke boete van €4.400,- opgelegd aan eiser, een taxichauffeur, wegens het niet aanzetten van de boordcomputer tijdens een controle op 26 april 2019. Eiser erkent de overtreding maar betoogt dat deze hem niet kan worden verweten omdat hij de boordcomputer slechts eenmalig vergeten was aan te zetten en hij zijn ritten registreerde via de Uber app.
De rechtbank oordeelt dat het gebruik van de Uber app geen wettelijk controlemiddel is en niet dezelfde werking heeft als de boordcomputer. De overtreding kan eiser worden verweten omdat hij wist of had moeten weten dat de boordcomputer aan moest staan tijdens elke betaalde taxirit. Het enkele feit dat de Uber app ritten registreert, sluit niet uit dat er meer ritten buiten deze app om kunnen worden gereden.
Verder verzet eiser zich tegen de hoogte van de boete en stelt dat deze disproportioneel is, mede vanwege de financiële gevolgen door de coronacrisis. De rechtbank stelt dat de boete conform het beleid van verweerder is en dat er geen reden is om hiervan af te wijken. De financiële gevolgen zijn een bedoeld effect van het boetebeleid en vormen geen grond voor matiging.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Reijnierse op 16 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens het niet aanzetten van de boordcomputer wordt ongegrond verklaard.