ECLI:NL:RBMNE:2020:4929
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser is eigenaar van een drive-inwoning in Utrecht waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2018 is vastgesteld op €343.000. Verweerder heeft deze waarde onderbouwd met vergelijkingsobjecten en een marktwaardeaanpassing op basis van de koopprijs van de woning in december 2016. Eiser betwist de hoogte van de waarde en stelt een lagere waarde van €338.000 voor.
De rechtbank overweegt dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De koopprijs van €320.000 kort voor de waardepeildatum is verhoogd met €23.000 voor marktontwikkelingen, wat redelijk wordt geacht. De vergelijkingsmethode met andere woningen in dezelfde straat met vergelijkbare kenmerken en ligging ondersteunt de vastgestelde waarde. De door eiser aangevoerde geluidsoverlast en parkeerproblematiek zijn reeds verdisconteerd in de vergelijkingsobjecten.
Het verzoek van eiser tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de uitspraak binnen twee jaar na ontvangst bezwaar is gedaan. Ook een vergoeding van proceskosten wordt geweigerd omdat het beroep ongegrond is. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.