ECLI:NL:RBMNE:2020:4935

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 oktober 2020
Publicatiedatum
12 november 2020
Zaaknummer
UTR 19/5497
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de eerdere beslissing van de rechtbank van 6 februari 2020, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend zonder geldige reden.

Opposante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat verweerder een fout had gemaakt in de beslissing op bezwaar en op 24 december 2019 alsnog een hoorzitting had gepland, waardoor opposante mocht vertrouwen dat de bezwaarprocedure nog liep. Verweerder had echter niet gewezen op de beroepstermijn die inmiddels was verstreken.

De rechtbank oordeelt dat opposante pas na het verstrijken van de beroepstermijn contact heeft gezocht met verweerder en dat zij op de hoogte was van het verlopen van de termijn. De hoorzitting op 24 december 2019 gaf geen aanleiding tot het vertrouwen op een herziening of aanvullend besluit. Daarom is het verzet ongegrond en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/5497 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2020 op het verzet van

[opposante] , te [woonplaats] , opposante,

(gemachtigde: mr. E.I. Robert),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van verweerder van 23 september 2019.
In de uitspraak van 6 februari 2020 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2020 via een beeld- en geluidverbinding (Skype for Business). Opposante is verschenen, samen met haar gemachtigde. Verweerder is verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 februari 2020 het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat opposante het beroepschrift buiten de beroepstermijn heeft ingediend en hier geen geldige reden voor heeft gegeven. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2020 niet juist was.
3. Opposante is van mening dat de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2020 niet juist is omdat er wel sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Opposante heeft na ontvangst van de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 contact gezocht met verweerder om alsnog gehoord te worden op haar ingediende bezwaarschrift. Verweerder heeft aangegeven een fout te hebben gemaakt, waardoor er in de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 is gezegd dat opposante is gehoord, terwijl dat niet het geval was.
4. Op 24 december 2019 heeft er alsnog een fysieke hoorzitting plaatsgevonden. Deze hoorzitting is gepland in het kader van het door opposante ingediende bezwaar. Aan het einde van deze hoorzitting heeft de behandelaar aangegeven dat de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 wordt gehandhaafd en dat opposante zich tot de rechtbank dient te wenden. Doordat door verweerder op 24 december 2019 alsnog een hoorzitting is gepland, heeft verweerder opposante de indruk gegeven dat de bezwaarprocedure nog niet is afgerond en dat de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 alsnog kon worden herzien. Opposante heeft daarop mogen vertrouwen. Verweerder heeft opposante ook niet gewezen op de beroepstermijn die bij de rechtbank liep. Opposante is van mening dat de beroepstermijn op 24 december 2049 is gaan lopen, omdat de behandelaar tijdens de hoorzitting van 24 december 2019 een mondelinge mededeling heeft gedaan dat de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 wordt gehandhaafd als definitief besluit. Opposante heeft een groot belang bij het ingestelde beroep, want vanwege de stopzetting van de kinderbijslag en het kindgebonden budget in 2018 dient opposante € 11.187,- terug te betalen, aldus opposante.
4. In de telefoonnotitie van 8 november 2019 heeft opposante aangegeven dat ze eerder contact heeft opgenomen met verweerder en dat toen werd aangegeven dat zal worden uitgezocht waarom in de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 is opgenomen dat opposante is gehoord, terwijl dat niet het geval was. Volgens verweerder is er niets zichtbaar van een volgens opposante eerdere telefoongesprek. Verweerder heeft aangegeven dat opposante eventueel een herzieningsverzoek kan indienen nu de beroepstermijn al is verstreken. In het gespreksverslag van 27 december 2019 heeft verweerder opgenomen dat opposante alsnog gehoord wilde worden met de intentie een gang naar de rechtbank te vermijden. Verder wordt in deze brief bevestigd dat verweerder aan het einde van de hoorzitting tot de conclusie is gekomen dat hij de beslissing op bezwaar van 23 september 2019 zal handhaven.
5. De rechtbank stelt vast dat opposante pas na de beroepstermijn telefonisch contact heeft gezocht met verweerder. Uit de stukken is niet gebleken dat opposante eerder contact heeft opgenomen met verweerder. Ook blijkt uit de telefoonnotitie van 8 november 2019 en het gespreksverslag van 27 december 2019 dat opposante ervan op de hoogte was dat de beroepstermijn al was verstreken. De rechtbank verwijst in dat verband naar haar uitspraak van 6 februari 2020 waarin is geoordeeld dat het de verantwoordelijkheid van opposante is om tijdig beroep in te stellen of om een pro-forma in te stellen beroep om de beroepstermijn veilig te stellen. Nu vaststaat dat opposante pas na de beroepstermijn contact heeft opgenomen met verweerder is de rechtbank ook van oordeel dat verweerder, door het laten plaatsvinden van een hoorzitting op 24 december 2019, niet de indruk heeft gegeven dat de bezwaarprocedure nog zou lopen. Opposante was immers al op de hoogte van het feit dat de beroepstermijn al is verstreken. Verder merkt de rechtbank op dat opposante op geen enkele manier heeft onderbouwd dat ze ervan uit mocht gaan dat de hoorzitting van 24 december 2019 zou leiden tot een aanvullend besluit of tot een herziening van het besluit van 23 september 2019.
6. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 6 februari 2020 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2020.
De griffier is niet in staat dezerechter
uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.