Deze uitspraak betreft het verzet van opposante tegen de eerdere beslissing van de rechtbank van 6 februari 2020, waarin het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend zonder geldige reden.
Opposante stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat verweerder een fout had gemaakt in de beslissing op bezwaar en op 24 december 2019 alsnog een hoorzitting had gepland, waardoor opposante mocht vertrouwen dat de bezwaarprocedure nog liep. Verweerder had echter niet gewezen op de beroepstermijn die inmiddels was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat opposante pas na het verstrijken van de beroepstermijn contact heeft gezocht met verweerder en dat zij op de hoogte was van het verlopen van de termijn. De hoorzitting op 24 december 2019 gaf geen aanleiding tot het vertrouwen op een herziening of aanvullend besluit. Daarom is het verzet ongegrond en blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in stand.