ECLI:NL:RBMNE:2020:4936

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 oktober 2020
Publicatiedatum
12 november 2020
Zaaknummer
UTR 19/1781 en UTR 19/1780
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen ongegrondverklaring bezwaarschrift wegens te late indiening afgewezen

Deze uitspraak betreft het verzet van opposant tegen de uitspraken van 2 april 2020 waarin zijn beroepen tegen een besluit van de Belastingdienst / Toeslagen ongegrond werden verklaard wegens te late indiening van het bezwaarschrift.

Opposant stelde dat zijn mentale en fysieke gesteldheid het onmogelijk maakte om tijdig bezwaar te maken en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten toe te lichten. Hij overlegde medische informatie ter onderbouwing.

De rechtbank oordeelt echter dat uit de medische stukken niet blijkt dat opposant niet tijdig bezwaar kon maken. Tevens is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van een belanghebbende te verwachten dat hij een belangenbehartiger inschakelt indien hij zelf niet in staat is bezwaar te maken. Opposant maakte niet aannemelijk dat hij daartoe niet in staat was.

Daarom is het verzet ongegrond en blijven de eerdere uitspraken van 2 april 2020 in stand. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken blijven in stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 19/1780 en 19/1781 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 oktober 2020 op het verzet van

[opposant] , te [woonplaats] , opposant.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over de beroepen die opposant heeft ingediend tegen het besluit van de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: verweerder) van 12 januari 2019.
In de uitspraken van 2 april 2020 heeft de rechtbank de beroepen ongegrond verklaard. Opposant is tegen deze uitspraken in verzet gegaan. De zitting heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2020 via een beeld- en geluidverbinding (Skype for Business).
Opposant is niet verschenen. Namens verweerder is mr. [naam] verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de uitspraken van 2 april 2020 de beroepen ongegrond verklaard (UTR 19/1781 en UTR 19/1781) omdat de situatie van opposant geen geldige reden is voor het te laat indienen van het bezwaarschrift. De rechtbank had geen twijfel over de uitkomst van de zaak en heeft uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposant gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraken van de rechtbank van 2 april 2020 niet juist waren.
3. Volgens opposant zijn de uitspraken van de rechtbank van 2 april 2020 niet juist, omdat zijn huidige mentale en fysieke gesteldheid het niet mogelijk maakt om te voldoen aan de eis om tijdig een bezwaarschrift in te dienen en om de proceskosten te betalen. Opposant heeft medische informatie overlegd. Ook stelt opposant dat uitspraak is gedaan zonder opposant de ruimte/mogelijkheid te bieden om zijn mening en argumentatie aan te geven. Omdat opposant geen verweerruimte heeft gekregen vindt hij dat de beslissing onredelijk is. Opposant wenst dat de rechtbank rekening houdt met zijn persoonlijke omstandigheden waarbij hij hulp krijgt voor zowel het verweerschrift als zijn persoonlijke/mentale gesteldheid.
4. De rechtbank is het niet eens met opposant en legt dat hierna uit. Opposant heeft in de verzetprocedure medische informatie overgelegd, maar daaruit volgt niet dat hij niet op tijd bezwaar kon indienen vanwege zijn mentale en fysieke gesteldheid. De rechtbank merkt op dat, ook als het wél zo zou zijn dat opposant te ziek was om bezwaar te kunnen maken, dat nog steeds geen geldige reden is voor het te laat indienen van zijn bezwaarschrift. De rechtspraak hierover is heel helder en duidelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat is de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, heeft beslist dat als iemand door ziekte niet in staat is om op tijd bezwaar te maken, van diegene kan worden verwacht dat hij iemand inschakelt die zijn belangen kan behartigen. Alleen in zeer bijzondere gevallen, als iemand aannemelijk kan maken dat hij geen mogelijkheid had om een belangenbehartiger in te schakelen, kan een uitzondering op de bezwaartermijn worden gemaakt. Opposant heeft dat niet aannemelijk gemaakt. Hij heeft dat niet gesteld en hij heeft ook geen medische informatie overgelegd waaruit dat kan blijken.
5. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraken van deze rechtbank van 2 april 2020 in stand blijven.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet tegen de uitspraken van 2 april 2020 ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van O. Asafiati, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 oktober 2020.
De griffier is niet in staat dezerechter
uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.