Stichting Welzijn Grote Grazers diende op 14 juli 2019 een verzoek in op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Minister had op grond van de Wob vier weken de tijd om te beslissen, met een mogelijke verlenging van vier weken. Deze beslistermijn werd overschreden.
De eiseres stelde de Minister op 15 oktober 2019 in gebreke, waarna zij binnen twee weken alsnog een besluit had moeten nemen. De Minister verzocht om een langere termijn vanwege capaciteitsproblemen en een grote hoeveelheid Wob-verzoeken, maar de rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen bijzonder geval vormen dat een langere termijn rechtvaardigt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het niet tijdig genomen besluit en bepaalde dat de Minister binnen twee weken alsnog een besluit moet nemen. Tevens werd een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, en werd de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht aan de eiseres.