Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
P.W. Hogenbirk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2020.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft op 29 juli 2020 beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 17 juni 2020. De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat het niet voldoet aan de wettelijke eisen, omdat eiseres geen beroepsgronden heeft aangevoerd zoals vereist in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft eiseres op 7 september 2020 per aangetekende brief verzocht binnen vier weken aan te geven waarom zij het niet eens is met het besluit, maar eiseres heeft niet (tijdig) gereageerd. Hierdoor kon de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 3 november 2020 te Utrecht. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift in te dienen, waarin zij haar bezwaren kan toelichten en eventueel een zitting kan aanvragen.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet reageren op het verzoek van de rechtbank.