ECLI:NL:RBMNE:2020:5040
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ouderbijdrage aanvullende beurs vastgesteld op basis van toetsingsinkomen ouders
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap waarin de ouderbijdrage voor de aanvullende beurs van de studerende dochter van eiser is vastgesteld. Eiser, vader van de studerende, betwist dat zijn inkomen invloed mag hebben op de hoogte van de aanvullende beurs, aangezien de dochter zelfstandig is en een gezin heeft.
De rechtbank overweegt dat de aanvullende beurs wordt berekend op basis van de ouderlijke bijdrage, die wordt vastgesteld aan de hand van het toetsingsinkomen van de ouders. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden of koopkracht van de ouders. De ouderbijdrage is een rekeneenheid en niet verplicht tot betaling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het toetsingsinkomen van eiser terecht heeft gebruikt bij de vaststelling van de ouderbijdrage. De argumenten van eiser bieden geen grond om zijn inkomen buiten beschouwing te laten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier A.M. Slierendrecht op 4 november 2020 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van het toetsingsinkomen van de ouders.