ECLI:NL:RBMNE:2020:5088
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring woningtoewijzing op medische gronden
Eiser verzocht om een urgentieverklaring voor woningtoewijzing op medische gronden omdat hij geen vaste woonplek heeft en een gelijkvloerse woning met aangepaste voorzieningen nodig heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening Almere 2019 voldeed, met name omdat hij niet alle mogelijke oplossingen had uitgeput en geen recente medische stukken had overlegd.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat zijn medische situatie onvoldoende was meegewogen. De voorzieningenrechter wees eerder een verzoek om voorlopige voorziening af. Tijdens de zitting bleek dat eiser onvoldoende had aangetoond daadwerkelijk op woningen te hebben gereageerd en geen poging had gedaan kamers te huren die wel geschikt zouden kunnen zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de aanvraag afwees omdat eiser niet voldeed aan artikel 11, vierde lid, onder f van de Huisvestingsverordening, dat vereist dat alle oplossingen zijn uitgeput. Ook was er geen aanleiding voor nader medisch onderzoek of toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.