Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[gedaagde sub 2] , beherend vennoot van gerekwireerde sub 1,
[gedaagde sub 3] , beherend vennoot van gerekwireerde sub 1,
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vordert betaling van een factuur en bijkomende kosten van gedaagde op grond van een vermeende charterovereenkomst waarbij zij een vrachtwagencombinatie ter beschikking zou hebben gesteld. Gedaagde betwist het bestaan van een overeenkomst met eiseres en stelt dat de overeenkomst met een andere vennootschap is gesloten.
De kantonrechter beoordeelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat zij een overeenkomst met gedaagde is aangegaan. De overgelegde charterovereenkomst is slechts door eiseres ondertekend en bevat handgeschreven wijzigingen, terwijl gedaagde de ontvangst betwist. Verder blijkt uit vrachtbrieven en e-mails dat de werkzaamheden niet door eiseres, maar door een andere vennootschap zijn verricht.
Daarom wordt de vordering tot betaling van de factuur, rente en incassokosten afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis is gewezen door kantonrechter V. van Dam en op 18 november 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van eiseres wordt afgewezen wegens het ontbreken van een overeenkomst met gedaagde.