Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 november 2020;
- de producties van [eiseres] ;
- de producties van [gedaagde] ;
- de mondelinge behandeling van 13 november 2020, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;
- de pleitnota van [eiseres] ;
- de pleitnota van [gedaagde] .
2.De feiten
laakbaar handelen’ zouden kunnen worden gekwalificeerd, waaronder het ophogen van facturen van [B] .
3.Het geschil en de beoordeling daarvan
“Een overzicht van de door [gedaagde] en/of [B] aan [handelsnaam] verrichte werkzaamheden, voorzien van een deugdelijke toelichting, voor zover [eiseres] aan die dienstverlening heeft meebetaald.”Het gaat hier niet om bestaande documenten, maar om documenten die nog moeten worden opgesteld. Dit kan echter niet op grond van artikel 843a Rv worden gevorderd. De vordering wordt daarom ten aanzien van de onder 4 gevraagde informatie afgewezen.
980,--
4.De beslissing
- € 157,-- aan salaris advocaat, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,-- aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de vijftiende dag na betekening;