Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
modus operandigeen sprake van een specifiek patroon met typische elementen. Verder kan het DNA-onderzoek niet als bewijs worden gebruikt, nu er slechts sprake is van een mengprofiel, waarbij niet duidelijk is hoeveel DNA-kenmerken zijn waargenomen en in welke frequentie. Ten slotte kan niet worden vastgesteld dat het aangetroffen DNA-profiel een daderspoor betreft.
minimaalvier personen is verkregen. De rechtbank overweegt dat het NFI bij de laatste berekening van de bewijskracht, mede naar aanleiding van de vragen die de verdediging had opgeworpen , is uitgegaan van de aanname dat de bemonstering het mengprofiel DNA van vier personen bevat. Zonder nadere toelichting van de verdediging - die evenwel ontbreekt - ziet de rechtbank niet in waarom deze laatste berekening van het NFI onjuist of anderszins onbruikbaar is. De rechtbank gaat in zoverre dan ook voorbij aan het verweer van de verdediging.
modus operandials bij een ander, soortgelijk strafbaar feit kan echter als steunbewijs dienen. De rechtbank overweegt tegen die achtergrond het volgende.
modus operandidie op essentiële punten overeenkomt met de
modus operandidie is gevolgd bij het onder 5 ten laste gelegde en bewezenverklaarde feit. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij gehoorproblemen heeft aan een kant. Dit komt overeen met de verklaring van aangeefster [aangeefster 6] die aangaf dat de man die haar betastte had aangegeven dat hij doof was aan een oor. De rechtbank overweegt ten slotte dat het hoogst onwaarschijnlijk is te achten dat een ander persoon met een vergelijkbare auto in dezelfde (relatief korte) tijdsperiode, binnen een geografisch beperkt gebied de feiten waarvan de aangeefsters onafhankelijk van elkaar melding hebben gemaakt, heeft begaan.
modus operandidezelfde persoon de feiten heeft gepleegd.
modus operandizoals omschreven onder paragraaf 4.3.2. Daarnaast is niet vast te stellen dat verdachte op de door de aangeefsters genoemde data de door hen genoemde auto’s bezat.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 4 maanden;
2 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 3 (drie) jarenvast;
algemene voorwaardegeldt dat verdachte: