ECLI:NL:RBMNE:2020:5189
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waardering woning ongegrond wegens aannemelijke vaststelling waarde
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 2002, gelegen op een perceel van 831 m2, die door verweerder is vastgesteld op €1.563.000 per 1 januari 2017.
Verweerder heeft de waarde onderbouwd met een taxatierapport en een waardematrix, waarbij vergelijkingsobjecten rondom de waardepeildatum zijn gebruikt. Ondanks een fout in de indexatie van een vergelijkingsobject, heeft de taxateur toegelicht dat de waarde van dat object na de peildatum is gestegen, waardoor de vergelijking nog steeds valide is.
Eiser stelde dat het verschil in bouwjaar met een van de vergelijkingsobjecten onvoldoende is meegenomen, maar de rechtbank oordeelde dat verweerder ook andere vergelijkingsobjecten met een bouwjaar dichter bij dat van de woning heeft gebruikt, waardoor voldoende rekening is gehouden met dit verschil.
De rechtbank concludeert dat verweerder heeft voldaan aan de bewijslast en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard omdat de waarde aannemelijk is gemaakt.