ECLI:NL:RBMNE:2020:5190
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering van twee woningen na onderbouwde verlaging
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van twee woningen, waarvan de waarde aanvankelijk was vastgesteld op respectievelijk €403.000 en €414.000. Na bezwaar werd de waarde verlaagd tot €383.000 en €401.000. Eiseres stelde beroep in tegen deze uitspraak op bezwaar en bepleitte een nog lagere waarde.
Verweerder heeft in het verweerschrift en tijdens de zitting een lagere waarde voorgesteld van €335.000 en €337.000, onderbouwd met twee taxatierapporten en een waardematrix. De rechtbank oordeelde dat verweerder aan zijn bewijslast had voldaan, omdat de waardematrix systematisch vergelijkbare woningen gebruikte en rekening hield met verschillen in inhoud, onderhoud en kwaliteit.
Eiseres voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de ligging aan een provinciale weg en dat de vergelijkingsobjecten uit een andere bouwperiode kwamen. De rechtbank stelde vast dat vergelijkingsobjecten ook aan provinciale wegen lagen en dat er een passend vergelijkingsobject uit circa 1914 was gebruikt. De beroepsgronden werden verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de waarde van de woningen vast op de lagere bedragen voorgesteld door verweerder. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak werd mondeling gedaan op 17 november 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering is ongegrond verklaard en de waarde van de woningen is vastgesteld op respectievelijk €335.000 en €337.000.