Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
de rechter is verhinderd de uitspraak mede te ondertekenen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres maakte bezwaar tegen de WOZ-waardering van haar woning, gelegen nabij een ondergrondse vuilcontainer die stankoverlast veroorzaakt. De gemeente stelde de waarde van de woning voor het jaar 2018 vast op €284.000,- en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de vastgestelde waarde niet hoger was dan de waarde in het economisch verkeer. Dit bleek uit een taxatiematrix waarin vergelijkingsobjecten waren opgenomen die qua inhoud, kaveloppervlakte en kwaliteit vergelijkbaar waren met de woning. De lagere ligging van de woning ten opzichte van referentiewoningen was meegenomen door een lagere grondstaffel toe te passen.
Hoewel eiseres stankhinder ondervond, was dit volgens de rechtbank reeds verwerkt in de waardebepaling. Het geurrapport dat eiseres had ingediend was bekend bij de gemeente en meegenomen in de waardering. De rechtbank zag geen reden om een descente te houden en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van de woning wordt ongegrond verklaard.