ECLI:NL:RBMNE:2020:5197
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering woning vanwege aannemelijke vaststelling waarde
Eiser is eigenaar van een in 1970 gebouwde rijwoning met een inhoud van 351 m3, inclusief aanbouw, dakkapel en berging, gelegen op een perceel van 144 m2. Verweerder stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2018 vast op €293.000 voor het belastingjaar 2019. Eiser betwist deze waarde en vordert een lagere waardering.
Verweerder heeft de vastgestelde waarde onderbouwd met een waardematrix die systematische vergelijkingen maakt met marktgegevens van vergelijkbare woningen. De rechtbank oordeelt dat hiermee aan de bewijslast is voldaan. Eiser voert aan dat een deel van zijn perceel als brandgang fungeert en dat dit onvoldoende is meegenomen, maar verweerder heeft gesteld dat dit ook bij de vergelijkingsobjecten het geval is, zodat dit in de waardering is verwerkt.
Daarnaast stelt eiser dat zijn eigen taxatie beter is omdat hij woningen in dezelfde straat hanteert, maar deze woningen zijn minder geschikt omdat ze buiten de waardepeildatum zijn verkocht. De rechtbank concludeert dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet hoger is vastgesteld dan de werkelijke waarde in het economisch verkeer en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering wordt ongegrond verklaard omdat de waarde aannemelijk is gemaakt.