Verzoekster trad op 14 november 2018 in dienst bij Hema voor vier uur per week als [functie 3]. Op 12 oktober 2019 werd zij op staande voet ontslagen wegens het stelselmatig meenemen van etenswaren zonder betaling, hetgeen zij op de zitting erkende. De kantonrechter oordeelt dat dit handelen een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, zowel objectief als subjectief. Verzoeksters stelling dat anderen dit ook deden, en haar leeftijd van 18 jaar, maken dit niet anders.
De kantonrechter wijst het verzoek tot vernietiging van het ontslag af en verklaart dat de loonvordering en het verzoek tot wedertewerkstelling eveneens worden afgewezen. De inschrijving van verzoekster in het register van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel en de aangifte bij de politie worden als onderdeel van het terecht gegeven ontslag gezien, waardoor het verzoek tot intrekking daarvan wordt afgewezen.
Hema bracht onderzoekskosten van € 500 en een schadevergoeding van € 75 in rekening, waarvan een deel was verrekend met het salaris. De kantonrechter oordeelt dat Hema de onderzoekskosten onvoldoende heeft onderbouwd en veroordeelt haar tot terugbetaling van in totaal € 525 aan verzoekster, met wettelijke rente vanaf opeisbaarheid. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.