Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2020:521

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 februari 2020
Publicatiedatum
17 februari 2020
Zaaknummer
8212290 AE VERZ 19-68 JH/1050
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30p Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens stelselmatig meenemen van etenswaren zonder betaling

Verzoekster trad op 14 november 2018 in dienst bij Hema voor vier uur per week als [functie 3]. Op 12 oktober 2019 werd zij op staande voet ontslagen wegens het stelselmatig meenemen van etenswaren zonder betaling, hetgeen zij op de zitting erkende. De kantonrechter oordeelt dat dit handelen een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet, zowel objectief als subjectief. Verzoeksters stelling dat anderen dit ook deden, en haar leeftijd van 18 jaar, maken dit niet anders.

De kantonrechter wijst het verzoek tot vernietiging van het ontslag af en verklaart dat de loonvordering en het verzoek tot wedertewerkstelling eveneens worden afgewezen. De inschrijving van verzoekster in het register van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel en de aangifte bij de politie worden als onderdeel van het terecht gegeven ontslag gezien, waardoor het verzoek tot intrekking daarvan wordt afgewezen.

Hema bracht onderzoekskosten van € 500 en een schadevergoeding van € 75 in rekening, waarvan een deel was verrekend met het salaris. De kantonrechter oordeelt dat Hema de onderzoekskosten onvoldoende heeft onderbouwd en veroordeelt haar tot terugbetaling van in totaal € 525 aan verzoekster, met wettelijke rente vanaf opeisbaarheid. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 8212290 AE VERZ 19-68 JH/1050
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 3 februari 2020
inzake
[verzoekster],
wonende te [woonplaats] ,
verder ook te noemen [verzoekster] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. M. Gerritsen,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HEMA B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verder ook te noemen Hema,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. N.C. Six-Scheffer.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift, door de rechtbank ontvangen op 6 december 2019, en het verweerschrift tevens houdende zelfstandig tegenverzoek tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
1.2.
Op 3 februari 2020 heeft mr. S.H. Bokx-Boom, kantonrechter, bijgestaan door
mr. J. van den Hoven, griffier, de zaak mondeling behandeld. [verzoekster] was aanwezig, vergezeld door haar moeder en bijgestaan door haar gemachtigde. Namens Hema waren aanwezig de heer [A] ( [functie 1] ), mevrouw [B] ( [functie 2] ) en een collega, bijgestaan door de gemachtigde. Beide partijen hebben de standpunten toegelicht aan de hand van pleitnota’s. Zij hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en zij hebben op elkaar kunnen reageren. Van de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter met toepassing van artikel 30p van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
veroordeelt Hema om aan [verzoekster] tegen bewijs van kwijting te betalen € 525 met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van opeisbaarheid tot de voldoening;
2.2.
wijst de overige verzoeken van [verzoekster] af;
2.3.
bepaalt dat op het voorwaardelijk tegenverzoek van Hema niet beslist hoeft te worden;
2.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt;
2.5.
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
3.2.
[verzoekster] is op 14 november 2018 voor vier uur per week in dienst getreden van Hema in de functie van [functie 3] . Hema heeft haar op 12 oktober 2019 op staande voet ontslagen omdat zij, kort gezegd, stelselmatig etenswaren van Hema heeft genuttigd zonder hiervoor te betalen.
3.3.
[verzoekster] heeft vernietiging van het ontslag op staande voet verzocht. Dit verzoek wordt afgewezen. [verzoekster] heeft op de zitting erkend dat zij hotdogs heeft meegenomen zonder te betalen. Haar stelling dat iedereen dit deed, is door Hema betwist. Maar ook los daarvan heeft [verzoekster] een eigen verantwoordelijkheid. Het feit dat [verzoekster] op het moment van het wegnemen van de hotdogs 18 jaar was, maakt dit niet anders. [verzoekster] heeft ter zitting ook verklaard dat zij wist dat wat ze deed niet mocht. Het handelen van [verzoekster] levert dan ook een objectieve en subjectieve dringende reden op voor het ontslag op staande voet. [verzoekster] heeft op 12 oktober 2019 tegenover haar leidinggevende en een rechercheur van het door Hema ingeschakelde bedrijf [bedrijfsnaam] hetzelfde verklaard als zij op de zitting heeft verklaard. Of de verklaring van 12 oktober 2019 onder druk tot stand is gekomen, zoals [verzoekster] heeft gesteld, is niet relevant. Het staat namelijk vast dat dit in ieder geval niet heeft geleid tot een andere verklaring.
3.4.
Nu het ontslag op staande voet stand houdt, worden ook de loonvordering en de vordering tot wedertewerkstelling afgewezen. De inschrijving door Hema van [verzoekster] in het register van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel (Stichting FAD) en de aangifte bij de politie horen bij het terecht gegeven ontslag op staande voet. De vordering om de inschrijving en aangifte in te trekken wordt afgewezen.
3.5.
Hema heeft € 500 aan onderzoekskosten bij [verzoekster] in rekening gebracht en € 75 aan schadevergoeding. Hema heeft deze bedragen deels verrekend met het salaris van oktober 2019, namelijk voor een bedrag van € 374,78. Het restant van € 200,22 heeft [verzoekster] aan (de gemachtigde van) Hema betaald. De kantonrechter begrijpt dat [verzoekster] deze bedragen terugvordert. Deze vordering is grotendeels toewijsbaar. Hema heeft de hoogte van de onderzoekskosten onvoldoende onderbouwd, zodat zij de in rekening gebrachte € 500 aan [verzoekster] moet terugbetalen. Voor wat betreft het schadebedrag gaat de kantonrechter uit van het door [verzoekster] in haar verklaring van 12 oktober 2019 zelf genoemde bedrag van € 75, welk bedrag later door Hema is bijgesteld tot € 50. Het teveel betaalde bedrag van € 25 aan schadevergoeding moet Hema aan [verzoekster] terugbetalen.
Hema wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 525, met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van opeisbaarheid tot de voldoening. De kantonrechter gaat ervan uit dat, voor zover Hema het teveel betaalde bedrag aan schadevergoeding al aan [verzoekster] heeft voldaan, [verzoekster] hiermee bij de tenuitvoerlegging van deze beslissing rekening zal houden.
3.6.
Nu partijen over en weer in het gelijk gesteld zijn, zal de kantonrechter de proceskosten tussen partijen compenseren
.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. S.H. Bokx-Boom
,kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van mr. J. van den Hoven, griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op ….