Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGINGEN
- op 27 januari 2015 in Lelystad: fitnessapparatuur, geleverd door [benadeelde 1] . Nederland (subfeit 1);
- op 12 september 2016 in Almere: fitnessapparatuur, geleverd door [benadeelde 1] . Nederland (subfeit 2);
- op 27 januari 2017 in Dronten: fitnessapparatuur, geleverd door [benadeelde 1] . Nederland (subfeit 3);
- op 27 juni 2016 in Lelystad: hefbruggen en een mobiele airco, geleverd door [benadeelde 2] B.V. (subfeit 4);
- in de periode van 15 mei tot en met 5 juni 2016 in Lelystad: een systeemtester, een gereedschapswagen, banden en een laptop, geleverd door [benadeelde 3] B.V. (subfeit 5);
- op 17 mei 2016 in Lelystad: schaarbruggen, geleverd door [benadeelde 4] B.V. (subfeit 6);
- op 31 mei 2016 in Lelystad: automaterialen, geleverd door [benadeelde 5] (subfeit 7);
- in de periode van 1 juli tot en met 1 december 2014 in Lelystad: laptops, tablets en/of notebooks, geleverd door [benadeelde 6] , althans door [benadeelde 15] B.V. (subfeit 8);
- in de periode van 30 juni tot en met 15 augustus 2014 in Lelystad: PVC buizen, kranen, koppelingen, een combiketel en een thermostaat, geleverd door [benadeelde 7] (subfeit 9);
- in de periode van 26 juni tot en met 14 juli 2014 in Lelystad: bouwmaterialen, geleverd door [benadeelde 8] (subfeit 10);
hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 18 juli 2014 in Lelystad samen met een ander of anderen of alleen [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] B.V. heeft opgelicht door hen onder valse voorwendselen te bewegen tot afgifte van een hypothecaire lening inclusief bouwdepot;
hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 18 juli 2014 in Lelystad valsheid in geschrift heeft gepleegd door een werkgeversverklaring, salarisspecificatie en jaaropgaves vals op te maken of te vervalsen;
hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 7 november 2016 in Lelystad samen met een ander of anderen of alleen geldbedragen heeft witgewassen, in die zin dat hij die bedragen heeft verkregen, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en daarbij heeft verhuld wat de werkelijke aard, herkomst of vindplaats van die bedragen was en/of wie de rechthebbende was, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die bedragen uit misdrijf afkomstig waren;
[bedrijf 2] B.V. en/of [bedrijf 3] B.V. in de periode van 1 januari 2013 tot en met 7 november 2016 in Lelystad samen met een ander of anderen of alleen de onder 1 primair bedoelde geldbedragen heeft witgewassen zoals onder 1 primair is omschreven, terwijl verdachte samen met een ander of anderen of alleen daartoe opdracht heeft gegeven en/of leiding heeft gegeven aan die gedragingen;
[bedrijf 3] B.V. in de periode van 19 september 2015 tot en met 30 oktober 2017 in Lelystad samen met een ander of anderen of alleen valsheid in geschrift heeft gepleegd door een post uit de grootboekadministratie vals op te maken of te vervalsen, terwijl verdachte samen met een ander of anderen of alleen daartoe opdracht heeft gegeven en/of leiding heeft gegeven aan die gedraging.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandelvan 2 januari 2015 [2] betreffende [bedrijf 1] blijkt het volgende:
Hij kwam er mogelijk achter dat ik verslaafd was en hield mij aan het lijntje.’ [16]
[bedrijf 2] 2016’. In deze ordner bevonden zich documenten betreffende [bedrijf 1] :
- een uittreksel Kamer van Koophandel van 15 september 2008;
- documenten met titel Balans per 31 december 2010 en winst en verliesrekening 2010;
- documenten met titel Balans per 31 december 2009 en winst en verliesrekening 2009;
- documenten met titel Balans per 31 december 2008 en winst en verliesrekening 2008;
- een concept akte aandelenoverdracht van 13 oktober 2010.
Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandelvan 11 oktober 2016 [22] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 2] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt het volgende:
- een huurovereenkomst tussen [bedrijf 1] (huurder) en [verhuurder] (verhuurder) betreffende huur van bedrijfsruimte aan het [adres] te [vestigingsplaats] per 1 mei 2014;
- een kopie van de voor- en achterzijde van een identiteitsbewijs van [A] , geboren [1965] ;
- een kopie van het identiteitsbewijs van [B] , geboren [1972] ;
- documenten van [benadeelde 6] B.V. aan [bedrijf 1] met (aflever)adressen [adres] [vestigingsplaats] en [adres] [vestigingsplaats] ;
- een pro-forma factuur van [bedrijf 5] GmbH aan [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] en afleveradres [adres] [vestigingsplaats] ;
- facturen van [benadeelde 7] [vestigingsplaats] aan [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] , waarvan twee facturen met omschrijving ‘
- een creditnota van [benadeelde 8] aan [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] .
Polissen [bedrijf 2] en contracten 2007-2014’. [24] In deze ordner bevonden zich documenten die te relateren zijn aan [bedrijf 1] , waaronder:
- brieven van [benadeelde 7] [vestigingsplaats] aan [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] , waarvan zes met de omschrijving ‘
- een vrachtbrief en een brief aan [bedrijf 6] t.a.v. [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] , en afleverbonnen en een retouropdracht van [bedrijf 6] aan [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] ;
- brieven aan [benadeelde 8] , met het adres van [bedrijf 1] , [adres] [vestigingsplaats] of [adres] [vestigingsplaats] , en leverbonnen van [benadeelde 8] aan [bedrijf 1] , met leveradres [adres] [vestigingsplaats] of [adres] [vestigingsplaats] en factuuradres [adres] [vestigingsplaats] .
Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandelvan 20 juli 2016 [25] gevestigd:
[bedrijf 7] B.V.
Dit is de persoon die materialen bij ons heeft besteld onder naam [bedrijf 1] .’ [31] Getuige [getuige 1] herhaalt en bevestigt deze verklaring in een verhoor bij de rechter-commissaris op 8 februari 2018. [32]
Dit weet ik omdat ik het er wel met hem over gehad heb. Hij vertelde dat het voor een sportschool was. Die sportschool zit volgens mij in het Lelycentre.’ [35]
Opdracht: [bedrijf 7] BV’ [37] en de omschrijving ‘
Opdracht: [adres]’, [38] betreffende de levering van PVC buizen, [39] kranen, [40] koppelingen, [41] een combiketel [42] en een thermostaat. [43]
- [bedrijf 3] B.V., opgericht op 22 april 2015 met als bestuurder [verdachte] ;
- [bedrijf 2] B.V., opgericht op 17 september 2008, met als bestuurder [verdachte] .
[bedrijf 2] 2014.’ In deze map is een bon en betaalbewijs van Bo-Rent aangetroffen waarop is vermeld dat op 25 juni 2014 een bus met kenteken [kenteken] is verhuurd aan: [verdachte] , [adres] te [woonplaats] . [66]
Dit is de persoon die materialen bij ons heeft besteld onder naam [bedrijf 1] .’ [69] Getuige [getuige 1] herhaalt en bevestigt deze verklaring in een verhoor bij de rechter-commissaris op 8 februari 2018. [70]
Ik wist voordat de spullen door Matrix geleverd werden dat de spullen weggehaald zouden worden. Dat deze weer verplaatst zouden worden en dat ik daarvan aangifte zou moeten gaan doen. Dit heeft [verdachte] mij verteld en zo moest het gebeuren. Hij zei tegen mij dat hij vaker met dit bijltje had gehakt.’ [114]
De schuldeisers van [bedrijf 1]’ opgenomen bewijsmiddelen die betrekking hebben op [benadeelde 6] B.V. en [benadeelde 15] B.V. dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
De schuldeisers van [bedrijf 1]’ opgenomen bewijsmiddelen die betrekking hebben op [benadeelde 7] [vestigingsplaats] dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
De schuldeisers van [bedrijf 1]’ opgenomen bewijsmiddelen die betrekking hebben op [benadeelde 8] dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Wie is de feitelijk bestuurder van [bedrijf 1] ?’ opgenomen bewijsmiddelen en bewijsoverweging dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 15 maart 2017 betreffende een doorzoeking ter inbeslagneming op 13 maart 2017, proces-verbaalnummer 2015266443, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een verklaring van [verbalisant 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar, Operationeel Specialist C (
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 27 maart 2017 betreffende de omschrijving en categorisering van een vuurwapen en patronen, proces-verbaalnummer PL0900-2015266443-28, met bijlagen, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, houdende een verklaring van [verbalisant 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar, Regionale Recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, team Forensische Opsporing (
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting op 20 oktober 2020.
29 augustus 2016’ en waarop onder meer is opgenomen viermaal een ‘
[benadeelde 4] schaarhefbrug 3200 kg.’ [161]
September 2016’ en als totaal te betalen bedrag 97.914,90 euro. Op de factuur is onder meer opgenomen viermaal een ‘
[benadeelde 4] wielvrije Schaarhefbrug, type OA532LP’. [162]
Uittreksel Kamer van Koophandelvan 24 oktober 2016 [163] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 9] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt het volgende:
Uittreksel Kamer van Koophandelvan 11 oktober 2016 [165] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 3] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt het volgende:
Uittreksel Kamer van Koophandelvan 20 juli 2016 [168] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 7] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt het volgende:
[bedrijf 7] B.V.is [adres] , [vestigingsplaats] .
Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard’.
ter uitvoering van het door de verdachte voorgenomen misdrijf’ op de grond dat de in de tenlastelegging omschreven en te bewijzen gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van dat misdrijf (HR 6 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2761).
relatiefondeugdelijke poging.
- een Albert Heijn boodschappentas met 5 Adidas trainingspakken;
- een grijze vuilniszak met 10 Adidas trainingspakken;
- een grijze vuilniszak met 10 Adidas trainingspakken;
- een Action boodschappentas met 6 Adidas trainingspakken.
Dit is [verdachte] van [bedrijf 3] uit Lelystad’.
Dit is [medeverdachte 1] die het leasecontract heeft ondertekend.’
info@ [naam] .nlvanaf IP-adres [IP-adres] . [195] De gebruiker van dit IP-adres is: [bedrijf 3] B.V. te [vestigingsplaats] . [196] Verdachte heeft, toen hij [benadeelde 11] eind november 2016/begin december 2016 heeft gebeld, aangegeven dat hij van garagebedrijf [bedrijf 3] uit [vestigingsplaats] was. [197]
U spreekt met [bedrijf 7] uit [vestigingsplaats]’. [198] Op verzoek noemt en spelt de beller zijn naam: [naam] Verbalisanten herkennen de stem van de beller als de stem van verdachte. [199]
Uittreksel Handelsregister Kamer van Koophandelvan 11 oktober 2016 [218] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 2] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt dat verdachte sinds 1 september 2011 bestuurder met de titel Directeur is, dat hij de enig werkzame persoon is binnen [bedrijf 2] B.V. en dat hij alleen/zelfstandig bevoegd is.
- ‘
- ‘
- ‘
- ‘
Hypotheekofferte t.n.v. de heer [I] (WFD-GV [naam] ) [nummer 2]’ bevinden zich onder meer de volgende documenten:
- ‘
- ‘
- ‘
6076 is opgenomen in plaats van [rekeningnummer] . De rechtbank herstelt deze fout door het laatste te lezen voor het eerste. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.
- op 13 maart 2017 is verdachte voor het eerst door de politie gehoord. Verdachte heeft sindsdien in zijn verhoren bij de politie niet over de leningen of leningsovereenkomsten verklaard;
- ‘uitlener’ [uitlener 1] is op 17 juli 2018 door de rechter-commissaris gehoord. De lening en leningsovereenkomst zijn in dit verhoor niet genoemd en de verdediging heeft hierover geen vragen gesteld aan de getuige;
- ‘uitlener’ [uitlener 2] is door de verdediging meegenomen naar de terechtzitting van 14 oktober 2019 om als getuige te worden gehoord. Tijdens het verhoor van deze getuige zijn de lening en leningsovereenkomst niet genoemd en de verdediging heeft hierover geen vragen gesteld aan de getuige;
- de zeven leningsovereenkomsten zijn door de verdediging op 14 oktober 2020 aan de rechtbank en de officier van justitie overgelegd;
- op de terechtzitting van 20 oktober 2020 heeft verdachte de leningen voor het eerst genoemd. Tijdens de vele zittingsmomenten na aanvang van de behandeling op de terechtzitting van 16 juni 2017 is door of namens verdachte niet over de leningen gesproken;
- na een proces van 3 jaren en 4 maanden is op de op één na laatste zittingsdag een voorwaardelijke verzoek gedaan tot het (doen) horen van de ‘uitleners’;
- uit de leningen en de daarbij gevoegde bijlagen blijkt onder meer het volgende:
- alle leningen hebben een voor dergelijke leningen (ongebruikelijk) lange looptijd van 120 maanden;
- een van de leningsovereenkomsten betreft een lening van verdachte (zelf) aan (zijn eigen bedrijf) [bedrijf 2] B.V.;
- in alle leningsovereenkomsten is opgenomen dat de ‘uitlener’ ervoor zorg zal dragen dat het geldbedrag op de rekening-courant van [bedrijf 2] zal komen te staan, terwijl verdachte heeft verklaard dat hij alle geldbedragen contant heeft ontvangen;
- bij zes leningen is tussen de ‘uitlener’ en [bedrijf 2] B.V. (als ‘inlener’) overeengekomen dat [bedrijf 2] jaarlijks een niet cumulatieve rente zal betalen, variërend van 2,7% tot 3%. Uit de termijnbedragen en het aantal termijnen volgt echter (bij vijf leningen) dat na de looptijd van de lening exact het geleende bedrag zal zijn terugbetaald zonder dat de overeengekomen rente in rekening is gebracht, dan wel (bij één lening) dat zelfs 1.000 euro minder dan het geleende bedrag zal zijn terugbetaald;
- bij één lening is tussen de ‘uitlener’ en [bedrijf 2] B.V. overeengekomen dat jaarlijks een niet cumulatieve rente zal worden voldaan van 1%. Uit de termijnbedragen en het aantal termijnen volgt echter dat na afloop van de looptijd 8% rente zal zijn betaald;
- bij iedere leningsovereenkomst is een kopie van een legitimatiebewijs van de ‘uitlener’ gevoegd. Daarbij valt het volgende op:
- de leningen zouden substantiële bedragen betreffen tussen 20.000 en 50.000 euro die verdachte contant zou hebben ontvangen. Het contant ontvangen van bedragen van deze omvang wordt over het algemeen niet vergeten, zeker niet wanneer het een serie van dergelijke ontvangsten betreft en een aantal van deze bedragen bovendien op dezelfde datum (1 oktober 2013) aan verdachte zouden zijn verstrekt;
- zelfs nadat doorzoekingen hadden plaatsgevonden en verdachte daaruit heeft kunnen afleiden dat een strafrechtelijk onderzoek tegen hem was gestart, heeft hij kopieën van legitimatiebewijzen van ‘uitleners’ bij de leningsovereenkomsten gevoegd;
- uit het voorgaande volgt niet alleen dat verdachte jarenlang de beschikking zou hebben gehad over de leningsovereenkomsten, maar ook dat hij deze eenvoudig voorhanden zou hebben gehad;
- het horen van de getuigen [uitlener 1] en [uitlener 2] zou verdachte er niet aan hebben herinnerd dat hij van deze ‘uitleners’ grote geldbedragen contant had ontvangen.
[bedrijf 3] 2015’. In deze ordner zijn zeven verkoopfacturen van [bedrijf 3] B.V. te [vestigingsplaats] aangetroffen, allen gedateerd 19 september 2015 en gericht aan [bedrijf 18] B.V. te [vestigingsplaats] . Deze facturen betreffen (telkens) de verkoop door [bedrijf 3] van een Peugeot 107 aan [bedrijf 18] voor een bedrag van (elk) 3.307 euro. Het totaalbedrag van de verkopen van de Peugeots bedraagt 23.149 euro. [250]
Omzet marge auto’s 0%”. De betalingen van de zeven facturen door [bedrijf 18] B.V. zijn volgens de digitale grootboekadministratie van [bedrijf 3] B.V. ontvangen per kas. [252]
Uittreksel Kamer van Koophandelvan 11 oktober 2016 [254] betreffende de Besloten Vennootschap
[bedrijf 3] B.V.te [vestigingsplaats] blijkt het volgende:
5.BEWEZENVERKLARING
waardoor [benadeelde 10] en/of [benadeelde 11] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
hij in de periode van 01 januari 2014 tot en met 18 juli 2014 in de gemeente Lelystad tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels (een of meer medewerkers van) [benadeelde 12] B.V. en/of [benadeelde 13] N.V. heeft bewogen tot de afgifte van een hypothecaire lening van 176.800 euro, inclusief bouwdepot van 22.000 euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid
waardoor (die werknemer(s) van) de [benadeelde 12] en/of [benadeelde 13] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;
- in het onder 1 ten laste gelegde staat ‘
- in het onder 2 als subfeit 10 ten laste gelegde staat ‘
- in het onder 4 ten laste gelegde staat tweemaal ‘
- in het onder 7 primair ten laste gelegde staat ‘
- in het onder 7 primair ten laste gelegde staat bij het tweede gedachtestreepje ‘
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
medeplegen van oplichting;
medeplegen van witwassen;
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- de (activiteiten-)omschrijving in de Kamer van Koophandel van de (toenmalige) bedrijven [bedrijf 1] B.V., [bedrijf 8] , [bedrijf 7] , de autohandel, de financiële sector (waaronder banken, verzekeringsmaatschappijen, adviesbureaus op het gebied van belastingen, financiën in de meest brede zin), en
- het bemiddelen tussen bedrijven, overheden of andere organisaties en hun (al dan niet: potentiële) klanten t.a.v. het leveren van stoffelijke producten of diensten.
- een Reclasseringsadvies (beknopt, rechtszitting) van 26 september 2017, uitgebracht door M. Vogelpoel, reclasseringswerker van Reclassering Nederland te Lelystad;
- een Pro Justitia rapport psychologisch onderzoek van 20 november 2017, uitgebracht door H.E.W. Koornstra, psycholoog;
- een Pro Justitia rapport psychiatrisch onderzoek van 29 november 2017, uitgebracht door J. Marx, forensisch psychiater;
- door de verdediging overgelegde stukken betreffende de psychische en fysieke gesteldheid van verdachte.
9.BESLAG
Beslagoverzicht’ (voorwerpen genummerd 1 tot en met 9) en een daarop aansluitende ‘
Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen’ van 13 juni 2019 (voorwerpen genummerd 10 tot en met 36, 38 tot en met 58 en 60 tot en met 64) en zoals hieronder beschreven.
10.BENADEELDE PARTIJEN
- betaalde bemiddelingskosten van 23.240,96 euro;
- installatiekosten van de apparatuur van 22.131,00 euro;
- kosten van het ophalen van de apparatuur van 16.400,50 euro;
- kosten betreffende een terugkoopverplichting jegens [bedrijf 20] van 60.359,59 euro;
- proceskosten van 16.480,24 euro;
- te verminderen met een bedrag aan reeds vergoede schade van 10.355,58 euro.
- geleverde en niet betaalde goederen, minus het bedrag van de aanbetaling, van 17.523,72 euro, te vermeerderen met BTW van 3.679,98 euro;
- transportkosten van 650,00 euro, te vermeerderen met BTW van 136,50 euro;
- proceskosten van 1.648,60 euro.
ten laste van verdachte bewezen verklaarde medeplegen van oplichting, volgt reeds dat het subsidiaire verzoek van de verdediging dient te worden verworpen.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 31, 33, 33a, 36b, 36c, 45, 47, 51, 57, 225, 321, 326, 326a, 337, 343 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie,
12.BESLISSING
- 7.885,67 euro vanaf 28 juni 2016 tot de dag van volledige betaling;
- 650,00 euro vanaf 22 maart 2017 tot de dag van volledige betaling;
- 538,74 euro vanaf 24 mei 2016 tot de dag van volledige betaling;
- 8.530,50 euro vanaf 26 mei 2016 tot de dag van volledige betaling;
- 14.222,18 euro vanaf 31 mei 2016 tot de dag van volledige betaling;
- 6.328,30 euro vanaf 2 juni 2016 tot de dag van volledige betaling;
- 51.483,25 euro vanaf 5 juli 2014 tot de dag van volledige betaling;
- 17.277,00 euro vanaf 21 juli 2014 tot de dag van volledige betaling;
- 30.382,80 euro vanaf 31 juli 2014 tot de dag van volledige betaling;
- 3.558,45 euro vanaf 26 maart 2018 tot de dag van volledige betaling;
- 94,32 euro vanaf 29 oktober 2018 tot de dag van volledige betaling;
- 67,89 euro vanaf 18 februari 2019 tot de dag van volledige betaling;
- 60,50 euro vanaf 25 maart 2019 tot de dag van volledige betaling;