ECLI:NL:RBMNE:2020:5245

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 november 2020
Publicatiedatum
2 december 2020
Zaaknummer
8769348 ME VERZ 20-147 ho/1524
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • S.C. Hagedoorn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 188 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor in geschil over en bloc-clausule uitvaartverzekeraar

Polishouders hebben bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor tegen Yarden Uitvaartverzekeringen N.V. Dit verzoek betreft een geschil over de eenzijdige vaststelling en bevriezing van de waarde van pakketpolissen in 2019 door Yarden, en de voorgenomen jaarlijkse bijbetaling door nabestaanden vanaf 2020. Yarden beroept zich op een en bloc-clausule in haar algemene voorwaarden, waarvan partijen erkennen dat deze slechts in uitzonderlijke situaties mag worden toegepast.

De polishouders wensen voorafgaand aan een bodemprocedure hun proceskansen te kunnen inschatten en willen daarom getuigen horen over de feiten en omstandigheden die Yarden aan haar beroep op de clausule ten grondslag legt. Yarden heeft geen bezwaar gemaakt tegen het verzoek. De kantonrechter besluit het verzoek toe te wijzen, maar beperkt het aantal te horen getuigen voorlopig tot vijf, met de mogelijkheid tot uitbreiding op verzoek van de polishouders.

De kantonrechter benoemt een rechter-commissaris en stelt regels voor de oproeping en duur van de getuigenverhoren vast. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt toegewezen met beperking tot vijf getuigen en benoeming van een rechter-commissaris.

Uitspraak

"
beschikking
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht kantonrechter
locatie Almere
zaaknummer: 8769348 ME VERZ 20-147 ho/1524
Beschikking van 20 november 2020
inzake

1.[verzoeker sub 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,
2.
[verzoekster sub 2] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
3.
[verzoekster sub 3] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
4.
[verzoekster sub 4] ,
wonende te [woonplaats 4] ,
5.
[verzoekster sub 5] ,
wonende te [woonplaats 5] ,
6.
[verzoeker sub 6] ,
wonende te [woonplaats 6] ,
7.
[verzoekster sub 7] ,
wonende te [woonplaats 6] ,
8.
[verzoekster sub 8] ,
wonende te [woonplaats 7] ,
9.
[verzoekster sub 9] ,
wonende te [woonplaats 8] ,
10.
[verzoeker sub 10] ,
wonende te [woonplaats 9] ,
11.
[verzoeker sub 11] ,
wonende te [woonplaats 10] ,
12.
[verzoekster sub 12] ,
wonende te [woonplaats 10] ,
13.
[verzoeker sub 13] ,
wonende te [woonplaats 11] ,
14.
[verzoeker sub 14] ,
wonende te [woonplaats 12] ,
15.
[verzoekster sub 15] ,
wonende te [woonplaats 13] ,
16.
[verzoekster sub 16] ,
wonende te [woonplaats 14] ,
17.
[verzoeker sub 17] ,
wonende te [woonplaats 15] ,
18.
[verzoekster sub 18] ,
wonende te [woonplaats 15] ,
bk7.
..
Zaaknummer: 8769348 ME VERZ 20-147
Uitspraakdatum: 20 november 2020
blad 2

19.[verzoekster sub 19] ,

wonende te [woonplaats 13] , verzoekende partij, gemachtigde: mr. M.P. Harten,
tegen:
de naamloze vennootschap
YARDEN UITVAARTVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Almere, verwerende partij, gemachtigde: mr. K. Rutten.
Partijen zullen hierna worden aangeduid als de polishouders en Yarden.

1.De procedure

1.1.
Op 21 september 2020 hebben de polishouders een verzoekschrift ter griffie van deze rechtbank ingediend. Het verzoek strekt ertoe dat de kantonrechter een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen.
1.2.
Bij brief van 9 oktober 2020 heeft Yarden meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het door de polishouders ingediende verzoek.
1.3.
Ten slotte is beschikking bepaald op heden.

2.Het verzoek

2.1.
De polishouders verzoeken de kantonrechter een voorlopig getuigenverhoor te gelasten.
2.2.
De polishouders leggen aan hun verzoek het volgende ten grondslag. Yarden is een uitvaartverzekeraar die via haar holding over een eigen uitvaartonderneming beschikt. Yarden heeft pakketpolissen verkocht die recht geven op een complete begrafenis of crematie. Yarden heeft de waarde van de pakketpolissen in 2019 eenzijdig vastgesteld en bevroren en wil dat de nabestaanden van pakketpolishouders vanaf I januari 2020 een elk jaar opnieuw door Yarden te bepalen bedrag bij betalen. Yarden beroept zich op een en bloc­ clausule in haar algemene voorwaarden. Partijen zijn het eens dat een verzekeraar zich alleen in uitzonderlijke situaties op een en bloc-clausule mag beroepen. De polishouders hebben als ordemaatregel een Kort Gedingprocedure tegen Yarden aangespannen. Uit de overgelegde stukken en verklaringen ter zitting van Yarden blijkt dat de feiten die Yarden aan haar beroep op de en bloc-clausule ten grondslag legt op belangrijke punten inconsistent zijn en op de belangrijkste punten onjuist. De polishouders willen hierover de volgende getuigen horen:
1. [getuige 1] ;
2. [getuige 2] ;
3. [getuige 3] ;
4. [getuige 4] ;
5. [getuige 5] ;
6. [getuige 6] ;
7. [getuige 7] .

3.De beoordeling

3.1.
De polishouders zijn voornemens een bodemprocedure te starten over ondermeer de vraag of het beroep van Yarden op haar en bloc-clausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Alvorens deze procedure aan te spannen, wensen de polishouders hun proceskansen zo goed mogelijk in te schatten.
3.2.
Yarden heeft geen bezwaar tegen toe\vijzing van het verzoek voor het houden van een voorlopig getuigenverhoor. Het verzoek, dat op de wet gegrond is, om de in het verzoekschrift genoemde getuigen te horen over de in het verzoek genoemde feiten en omstandigheden, zal daarom als onweersproken worden toegewezen .
3.3.
Uit een oogpunt van werklastbeheersing ziet de kantonrechter aanleiding om het aantal te horen getuigen vooralsnog te beperken tot vij f. De polishouders wordt verzocht aan de rechter-commissaris schriftelijk de namen van de vijf getuigen op te geven die zij allereerst wensen te doen horen. De kantonrechter merkt daarbij op dat indien de polishouders na het horen van deze getuigen het horen van nog enkele getuigen noodzakelijk achten, de beslissing daaromtrent door de rechter-commissaris zal worden genomen.
3.4.
De kantonrechter wijst de polishouders erop dat de rechtbank
voorhet verhoor in beginsel maximaal 120 minuten per getuige zal reserveren. Indien de polishouders van mening zijn dat meer tijd noodzakelijk is, dienen zij daartoe - binnen 14 dagen na dagtekening van deze beschikking - een gemotiveerd verzoek aan de rechter-commissaris te doen.
3.5.
De gemachtigde van de polishouders dient voor de oproeping van de getuigen zorg te dragen. Bij het tijdstip van oproeping van de getuigen dient rekening te \\orden gehouden met de te verwachten duur van het verhoor per getuige. De namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen. dienen ten minste een week vóór het verhoor aan de \vederpart ij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.
3.6.
Nu de gemachtigde van Yarden van de griffier van deze rechtbank een afschrift van deze beschikking zal ontvangen, zijn de polishouders niet gehouden Yarden op grond van artikel 188 lid Pro I Rv een afschrift van deze beschikking te zenden .

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
beveelt een voorlopig getuigenverhoor;
4.2.
benoemt mr. K.G.F . van der Kraats tot rechter-commissaris;
4.3.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Almere aan de Diagonaal 37 op een nader door de rechter-commissaris te bepalen datum en tijdstip;
4.4.
bepaalt dat de polishouders binnen veertien dagen na heden
hunverhinderdata, de verhinderdata van de wederpartij alsmede de verhinderdata van de te horen getu ige n, over de periode van de komende zes maanden aan de rechtbank dient op te geven;
4.5.
bepaalt dat de gemachtigde van de polishouders voor de oproeping van de getuigen zorg zal dragen;
4.6.
verzoekt de gemachtigde van de polishouders het oproepingsschema (met de namen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen) een week voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden;
4.7.
verklaart dit bevel uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C. Hagedoorn en in het openbaar uitgesproken op
2.0 november 2020.