ECLI:NL:RBMNE:2020:5265
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen toerekening toeslagpartnerschap bij zorgtoeslag 2020
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Belastingdienst om haar voor 2020 een voorschot zorgtoeslag toe te kennen waarbij haar echtgenoot als toeslagpartner is meegeteld. Eiseres woont sinds 2016 gescheiden van haar echtgenoot, die in Nederland woont, terwijl zij in Frankrijk verblijft. Zij stelt dat zij en haar echtgenoot als alleenstaanden moeten worden beschouwd en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin zij als duurzaam gescheiden werd aangemerkt voor AOW-doeleinden.
De rechtbank stelt vast dat het toetsingskader voor zorgtoeslag verschilt van dat voor AOW-pensioen. De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) bepaalt dat echtgenoten als toeslagpartners worden aangemerkt tenzij er een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend en zij niet op hetzelfde adres staan ingeschreven. Omdat eiseres en haar echtgenoot weliswaar gescheiden wonen, maar geen verzoek tot echtscheiding is ingediend, is de echtgenoot terecht als toeslagpartner aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de wet dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor afwijking in deze situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit zorgtoeslag 2020 wordt ongegrond verklaard omdat eiseres en haar echtgenoot als toeslagpartners moeten worden aangemerkt.