ECLI:NL:RBMNE:2020:5270
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling ouderlijke bijdrage studiefinanciering
Eiser betwist de vaststelling van de ouderlijke bijdrage door verweerder, waardoor hij geen aanvullende beurs ontvangt. Hij stelt dat het besteedbaar inkomen van zijn ouders niet juist is meegewogen en dat het inkomen van zijn vader over 2019 lager was dan over 2018, wat volgens hem relevant is.
De rechtbank overweegt dat de ouderlijke bijdrage wordt berekend op basis van het toetsingsinkomen van de ouders, zoals wettelijk voorgeschreven, en dat individuele uitgaven of koopkracht niet worden meegenomen. Verweerder heeft het toetsingsinkomen over 2018 gebruikt, wat conform de wet is.
Eiser had de mogelijkheid om een verzoek tot verlegging van het peiljaar in te dienen, maar heeft dit niet gedaan. De rechtbank oordeelt dat verweerder de wet juist heeft toegepast en dat de argumenten van eiser onvoldoende zijn om hiervan af te wijken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde ouderlijke bijdrage wordt ongegrond verklaard.