ECLI:NL:RBMNE:2020:5285

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
7 december 2020
Publicatiedatum
7 december 2020
Zaaknummer
513396 / HA RK 20-297
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak rechter

De wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek tot wraking van een rechter in een strafzaak. Het verzoek werd ingediend nadat de rechter al een mondelinge einduitspraak had gedaan, waarmee de behandeling van de zaak was afgesloten.

Volgens artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan een rechter alleen worden gewraakt zolang deze nog betrokken is bij de behandeling van een zaak. Omdat de rechter al een eindbeslissing had genomen, was het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Het feit dat verzoeker het niet eens was met de inhoud van het proces-verbaal deed hieraan niet af.

De wrakingskamer besloot daarom het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en zag af van een mondelinge behandeling. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak was ingediend.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

WRAKINGSKAMER
Zaaknummer/rekestnummer: 513396 / HA RK 20-297
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 7 december 2020
op het verzoek in de zin van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) van:
[verzoeker],
wonend in [woonplaats] ,
(verder te noemen: verzoeker),
advocaat: mr. N.R. Coffi, advocaat te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Mr. Coffi heeft namens verzoeker op 25 november 2020 een verzoek ingediend tot wraking van mr. J.G. van Ommeren (verder: de rechter) in de zaak met parketnummer 96-203819-20.
1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Op grond van artikel 512 Rv Pro kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.
2.2.
Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.
2.3.
In de hiervoor genoemde zaak is op de zitting van 28 oktober 2020 mondeling beslist. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak is geëindigd. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter de mondelinge beslissing had genomen. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan. Dat verzoeker het niet eens is met de inhoud van het proces-verbaal doet daaraan niet af, omdat de inhoud van de beslissing bij de mondelinge uitspraak reeds vastligt.
2.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek.
2.5.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 9.1.c, gelezen in samenhang met onderdeel 4.4 van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.

3.De beslissing

De wrakingskamer:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter tegen wie het verzoek tot wraking is gericht, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van het team strafrecht, waarin de rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, mr. J.F. Haeck en mr. H.A. Brouwer als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2020.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.