ECLI:NL:RBMNE:2020:541
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De officier van justitie heeft bij verzoekschrift van 4 februari 2020 verzocht om voortzetting van een op die dag opgelegde crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 7 februari 2020, waarbij betrokkene, zijn advocaat, een arts en een verpleegkundige werden gehoord. De officier van justitie was niet aanwezig.
De crisismaatregel omvatte diverse vormen van verplichte zorg, waaronder toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en verblijfsruimte. De advocaat betoogde dat betrokkene de maatregel niet nodig achtte en dat de machtiging buitenproportioneel was. Uit de stukken en de behandeling bleek echter dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door gedrag voortvloeiend uit een psychische stoornis (schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen).
De rechtbank oordeelde dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is om het dreigende nadeel af te wenden en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De opgelegde vormen van verplichte zorg zijn evenredig en naar verwachting effectief, waarbij rekening is gehouden met de veiligheid van betrokkene en bevordering van zijn maatschappelijke deelname. De machtiging wordt verleend voor een periode van drie weken, tot en met 28 februari 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 28 februari 2020.