Uitspraak
[vergunninghouder], (hierna: vergunninghouder), gemachtigde: mr. P.F.M. Verstegen.
Inleiding
Overwegingen
Beslissing
De griffier is verhinderd
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker woont naast vergunninghouder die een mantelzorgwoning met kelder en garage wil bouwen. Vergunninghouder kreeg in 2018 een omgevingsvergunning, en in 2020 een nieuwe vergunning voor dezelfde zorgwoning. Verzoeker maakte bezwaar tegen de 2020-vergunning vanwege omvang en toevoegingen, maar trok meerdere bezwaren in tijdens de zitting.
De voorzieningenrechter constateert dat het bouwplan qua maatvoering en locatie binnen het bestemmingsplan past, maar het gebruik van een tweede woning op hetzelfde perceel strijdig is met het bestemmingsplan. Verweerder heeft ten onrechte het strijdig gebruik opgeheven door te verwijzen naar de ontheffing uit 2018 zonder nieuwe beoordeling.
Daarom is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en moet verweerder binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen over het toestaan van het strijdig gebruik. Verzoeker mag reageren op het herstel. De bouw mag doorgaan, maar het gebouw mag niet als zorgwoning worden gebruikt zolang het gebrek niet is hersteld.
Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de belangenafweging geen aanleiding geeft tot schorsing van de vergunning. De procedure wordt aangehouden tot einduitspraak na herstel van het besluit.
Uitkomst: Verweerder moet het gebrek in het besluit herstellen binnen zes weken; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.