Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
wonende te [adres] [woonplaats] .
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Er kan niet worden bewezen dat er sprake is geweest van diefstal in vereniging omdat er geen nauwe en bewuste samenwerking is geweest;
- Verdachte was niet betrokken bij het tenlastegelegde. De betrokkenheid van verdachte volgt enkel uit de verklaring van medeverdachte [aangever 1] . Deze verklaring moet met terughoudendheid worden bezien aangezien deze medeverdachte een eigen belang heeft om niet de waarheid te vertellen. Bovendien heeft medeverdachte [medeverdachte 2] verklaard dat verdachte geen rol heeft gehad bij de poging om de snackbar te overvallen en blijkt uit het dossier dat het medeverdachte [medeverdachte 2] was die de andere medeverdachten van een mes heeft voorzien.
- De verklaring van aangever kan niet voor het bewijs gebezigd worden. Deze verklaring moet met terughoudendheid worden betracht aangezien deze aangever een eigen belang heeft om niet de waarheid te vertellen;
- De goederen zijn niet bij verdachte maar bij medeverdachte [medeverdachte 2] aangetroffen. Bovendien heeft [medeverdachte 2] verklaard de goederen van aangever te hebben gekregen.
- In het dossier bevindt zich geen steunbewijs voor het geweld of bedreiging met een mes hetgeen een cruciaal onderdeel van de verdenking is.
- Er kan niet worden vastgesteld dat het vermeende geweld met een specifiek doel is gepleegd. Bovendien heeft het wegnemen van de tas plaatsgevonden nadat aangever was weggerend.
(de rechtbank begrijpt: 25 juni 2019)was ik in Lelystad. We kwamen een groepje jongens tegen. [23] Eén van die jongens was [verdachte] . Ik zag dat [E] met zijn rechtervuist op [slachtoffer 6] zijn hoofd sloeg ter hoogte van het jukbeen. Vervolgens begonnen ze te vechten. [E] en [slachtoffer 6] begonnen elkaar te slaan. Ik zag dat [verdachte] , [G] en de onbekende op [slachtoffer 6] begonnen in te slaan. Ik zag dat [verdachte] , [G] en de onbekende op [slachtoffer 6] aan het intrappen waren. Ze hebben zeker vijf a zes keer op [slachtoffer 6] ingetrapt als het niet meer is geweest. De meeste trappen waren richting [slachtoffer 6] zijn rug en in zijn zij. [24]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- de maatregel van Toezicht en Begeleiding, met de mogelijkheid tot behandeling bij het Forensisch FACT-team (hierna: ForFact);
- een contact- en locatieverbod ten aanzien van het slachtoffer [slachtoffer 1] en zijn woning;
- een briefadvies van SAVE van 17 april 2020, opgemaakt door S. den Besten, gedragswetenschapper;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 25 november 2020, opgemaakt door K.S.D. Joerawan, raadsonderzoeker.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer 5]als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 634,34. Dit bedrag bestaat uit € 134,34 materiële schade en € 500,-- immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 6 ten laste gelegde feit.
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
jeugddetentievan
3 maanden;
2 maanden,
niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
taakstrafbestaande uit een
leerstraf TACt Plusvan
35 uren;