Verzoekster, voormalig mentor van betrokkene, vroeg machtiging voor extra urenvergoeding voor mentorschap over de jaren 2017 tot en met 2019. Eerder was reeds een deel van de extra uren voor 2017 en 2018 toegestaan. De dossierhouder en betrokkene betwistten het verzoek voor 2019, onder meer vanwege het ontbreken van voorafgaande toestemming en de financiële situatie van betrokkene, die een Wajong-uitkering ontvangt en beperkte middelen heeft.
Tijdens de zitting werd bevestigd dat de situatie rondom betrokkene in 2019 complex was, met meerdere verhuizingen, spanningen en incidenten. Verzoekster voerde aan dat dit extra inzet vereiste, maar gaf niet vooraf aan dat zij extra uren in rekening wilde brengen. De kantonrechter overwoog dat veel werkzaamheden binnen de forfaitaire vergoeding vielen, maar dat uitzonderlijke incidenten extra uren konden rechtvaardigen.
Gezien de financiële draagkracht van betrokkene en het feit dat verzoekster niet tijdig overleg pleegde over de extra uren, werd het verzoek deels toegewezen. Verzoekster mag 10 extra uren voor 2019 in rekening brengen tegen het geldende tarief, het meerdere werd afgewezen. De beschikking is uitgesproken door kantonrechter Schormans op 11 december 2020.