ECLI:NL:RBMNE:2020:5508

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
17 december 2020
Zaaknummer
20/2519
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep op NOW1.0 besluit

Verzoekster, de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR), had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming in loonkosten op grond van de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW1.0). De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verklaarde dit bezwaar aanvankelijk ongegrond. Verzoekster ging in beroep bij de rechtbank.

Voordat de rechtbank uitspraak deed, nam verweerder op 6 november 2020 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het bezwaar alsnog gegrond werd verklaard en een voorschot op de tegemoetkoming werd toegekend. Hierna trok verzoekster haar beroep in en vroeg zij vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank overwoog dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht de proceskosten aan verzoekster toegekend kunnen worden. Verweerder had geen bezwaar tegen betaling van de proceskosten. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €525,- en veroordeelde verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoekster, inclusief het griffierecht.

De uitspraak werd gedaan door rechter N.H.J.M. Veldman-Gielen en griffier S.C.J. van der Hoorn op 16 december 2020 te Utrecht.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van €525,- aan proceskosten aan de verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2519

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 december 2020 in de zaak tussen

de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR),te Leusden, verzoekster
(gemachtigde: mr. A.M. Nelis),
en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

namens deze de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: mr. F.A.M. Delfgaauw).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.
Verweerder heeft op 3 december 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 26 mei 2020 een besluit genomen waarin het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een tegemoetkoming in de loonkosten op grond van de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW1.0) ongegrond is verklaard. Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 6 november 2020 heeft verweerder een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin haar bezwaar gegrond is verklaard en alsnog een voorschot voor een tegemoetkoming in de loonkosten is toegekend. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.
2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
3. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.
4. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 525,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1).
5. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoekster betalen (artikel 8:41 Awb Pro).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 525,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J. van der Hoorn, griffier. De beslissing is uitgesproken op 16 december 2020 en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.