Eiser, afkomstig uit China, verzocht de gemeente Hilversum om wijziging van zijn persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP), waarbij hij stelde dat zijn juiste geboortedatum en geboorteplaats anders waren dan geregistreerd. De gemeente wees dit verzoek af omdat eiser niet onomstotelijk had aangetoond dat de geregistreerde gegevens onjuist waren. Eiser legde onder meer een Chinees paspoort en een hukou over, maar de gemeente stelde dat deze documenten onvoldoende bewijs boden omdat niet duidelijk was of het paspoort op juiste brondocumenten was gebaseerd en de hukou betrekking had op een persoon die permanent in China woont, terwijl eiser in Nederland verblijft.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor het aantonen van onjuistheid van de gegevens bij eiser ligt en dat het Chinese paspoort geen brondocument is maar slechts een aanwijzing kan vormen. Er ontbraken bewijsstukken die onomstotelijk vaststellen dat de persoon die in 2000 naar Nederland kwam en toen zijn identiteit verklaarde, dezelfde persoon is als in het paspoort vermeld. De discrepantie tussen het verblijf in Nederland en de hukou in China wekte twijfel. Zonder onomstotelijk bewijs kon de rechtbank niet concluderen dat de geregistreerde gegevens onjuist zijn.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.