ECLI:NL:RBMNE:2020:5612
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
In deze wrakingszaak heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking van een rechter wegens vermeende vooringenomenheid beoordeeld. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was door de wijze van bejegening, het niet kritisch bevragen van de wederpartij, het toelaten van laat ingediende stukken en het voorlezen van een brief van zijn minderjarige dochter.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de vermeende vooringenomenheid niet is aangetoond. De rechter gaf de advocaat van verzoeker voldoende spreektijd en gelegenheid tot reageren, stelde kritische vragen aan verzoeker passend bij het onderwerp en handhaafde haar regieverantwoordelijkheid door de advocaat terecht te wijzen bij ongepast gedrag. De twee later toegevoegde gronden konden niet worden meegenomen wegens te late indiening.
De wrakingskamer benadrukte dat het verschil in spreektijd en vraagstelling niet automatisch wijst op vooringenomenheid. Het verzoek is daarom ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet in de oorspronkelijke stand.