ECLI:NL:RBMNE:2020:5638
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens hardnekkige werkweigering in vrijwilligerswerkhotel
Eiseres verbleef sinds maart 2020 als hotelgast in een hotel en verrichtte vanaf april 2020 vrijwilligerswerk in ruil voor logies en een maaltijdvergoeding. Na een tuinproject werkte zij als vrijwilliger in een tijdelijke werkervaringsplaats tot eind juni 2020. Op 28 juni 2020 weigerde zij schoonmaakwerkzaamheden uit te voeren die haar waren opgedragen tijdens haar dienst, waarna de werkgever haar per WhatsApp ontslag op staande voet gaf.
Eiseres stelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst en dat het ontslag onterecht was, met aanspraak op loonbetaling conform cao Horeca. De werkgever betwistte het bestaan van een arbeidsovereenkomst en voerde subsidiair aan dat het ontslag gerechtvaardigd was wegens hardnekkige werkweigering.
De kantonrechter stelde vast dat, indien een arbeidsovereenkomst bestond, de werkgever een dringende reden had om het ontslag onverwijld uit te spreken. De weigering om de kamers schoon te maken, ondanks herhaalde verzoeken en waarschuwingen, kwalificeerde als hardnekkige werkweigering. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag en loonvorderingen werd afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde eiseres in de proceskosten en wees de subsidiaire verzoeken van de werkgever af als niet meer aan de orde. De beschikking werd uitgesproken op 17 december 2020.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens hardnekkige werkweigering is rechtsgeldig en het verzoek tot loonbetaling wordt afgewezen.