ECLI:NL:RBMNE:2020:5650
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivatie en onmogelijkheid wraking gehele rechterlijke macht
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de eerste wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, en tevens tegen de gehele rechterlijke macht wegens vermeende partijdigheid en vooringenomenheid. De wrakingskamer behandelde het verzoek zonder mondelinge behandeling en oordeelde dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk was.
De wrakingskamer stelde vast dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden had aangevoerd ter onderbouwing van zijn bewering van partijdigheid. Hierdoor ontbrak het aan een deugdelijke motivatie, wat een vereiste is voor ontvankelijkheid van een wrakingsverzoek. Bovendien is het wraken van de gehele rechterlijke macht niet toegestaan volgens artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor ook op dat punt het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De wrakingskamer besloot een wrakingsverbod op te leggen aan verzoeker voor de betrokken procedures om misbruik van het wrakingsmiddel te voorkomen. De procedure van het eerste wrakingsverzoek wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond voor de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.