Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
in de periode 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum uitkeringsfraude heeft gepleegd, in die zin dat hij ter bevoordeling van zichzelf of een ander opzettelijk heeft nagelaten inlichtingen te verstrekken waarvan hij wist dat deze van belang waren voor het vaststellen van het recht op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet dan wel de hoogte of duur van die uitkering;
in de periode 11 juli 2008 tot en met 24 oktober 2019 in Hilversum opzettelijk voordeel heeft genoten van hetgeen ten behoeve van een gezamenlijke huishouding van [medeverdachte] en verdachte is aangeschaft met geld uit een uitkering die [medeverdachte] krachtens de Wet werk en bijstand en/of Participatiewet ontving, terwijl die uitkering door uitkeringsfraude was verkregen.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- indien sprake is van een benadelingsbedrag van 70.000 euro tot 125.000 euro: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 tot 9 maanden of een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf;
- indien sprake is van een benadelingsbedrag van 125.000 euro tot 250.000 euro: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
6 maanden;